donderdag 8 oktober 2015

Rookbom in Kosovaars parlement


Foto: via twitter
Zojuist is er een rookbom gegooid in het Kosovaarse parlement. Niet door boze burgers, maar (hoogst waarschijnlijk) door oppositiepartij Vetëvendosje (wat zelfbeschikking in het Albanees betekent). De partij is al langer woedend op de Kosovaarse regering. Zo gooide het twee weken geleden nog eieren naar de regering en blokkeerde de partij met ander oppositiepartijen vorige week het spreekgestoelte in het parlement waardoor er even niet vergaderd kon worden. Vandaag zette het heftigere middelen in.

Het gebouw zou inmiddels geëvacueerd zijn en twee parlementsleden hadden medische verzorging nodig.

Vetëvendosje is zo boos vanwege een belangrijke overeenkomst die onlangs is ondertekend in Brussel door Servië en Kosovo. Het verdrag opent onder meer de weg naar een 'vereniging van Servische gemeentes' met vergaande bevoegdheden. De regering zegt met deze deal de EU tegemoet te komen en weerspreekt dat de Serviërs zich hiermee kunnen mengen in de Kosovaarse politiek. Verschillende oppositiepartijen, Vetëvendosje, the Alliance for the Future of Kosovo, AAK, and the Initiative for Kosovo, Nisma, zijn fel tegen het akkoord. Ze vrezen dat door de bevoegdheden die deze vereniging krijgt de “manipulatie van de Serviërs” toeneemt. Veel gebieden in Kosovo die door Serviërs worden bewoond worden door Servië gecontroleerd.

De afgelopen weken is de spanning erg hoog opgelopen. De oppositie wil dat premier Isa Mustafa zijn handtekening onder het akkoord vandaan haalt.
Dat zal waarschijnlijk niet gebeuren, maar de woede en onrust zal voorlopig nog niet weg zijn.

Foto: via twitter



maandag 20 juli 2015

Landjepik

Anderhalve kilometer, 1500 meter. Een klein dorpje, wat boerenland en dan misschien wat prikkeldraad en een bord. Dat bord geeft een grens aan. De grens tussen Georgië en Zuid-Ossetië. Zuid-Ossetië scheidde zich in 2008 eenzijdig af van Georgië en wordt hierin gesteund door Rusland.
Sinds die tijd is er een grens tussen Zuid-Ossetië en Georgië, dat de regio nog steeds als haar grondgebied beschouwt maar er niets te zeggen heeft. De afgelopen week is het grondgebied van Zuid-Ossetië opeens gegroeid. Russische troepen hebben namelijk de grens ietsjes verplaatst.

Volgens The Guardian zijn boeren opeens hun land kwijt. Het dorpje Tsitelubani ligt nu voor een groot deel aan de andere kant van de grens en land is niet meer toegankelijk voor de boeren.

Naast het persoonlijke leed voor de bewoners in dit gebied heeft de grensverschuiving grotere gevolgen. De Russen hebben dit niet zomaar gedaan. In dit gebied wat nu in Ossetië ligt, en daarmee onder controle van Rusland is, bevindt zich een belangrijke oliepijplijn. Deze begint in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan, aan de Kaspische zee en gaat naar Supsa in Georgië. Zo'n anderhalve kilometer van de 833 km lange oliepijplijn ligt nu in het door Rusland gecontroleerde Zuid-Ossetië. De door BP gerunde oliepijplijn is een belangrijke verbinding voor de toevoer naar de rest van Europa. Terwijl Europa bezig was met Griekenland laten de Russen een sterk staaltje powerplay zien. De Georgiërs kunnen weinig doen tegen hun sterke buur en Europa is te druk met zichzelf.

Zoals vaker in de wereld zien we ook in dit voorbeeld dat olie een belangrijke factor is in de internationale politiek. Olie betekent macht. Nu Rusland laat zien dat zo gemakkelijk controle kan krijgen over een stuk land met een belangrijke pijplijn voor Europa laten ze zien dat er rekening met ze moet worden.
En wat kan Europa doen? Europa is druk met zichzelf, met Griekenland en is daarnaast waarschijnlijk niet bereid om tot het uiterste te gaan tegen Rusland.

Voor mij toont dit grens- en pijplijndispuut aan dat het echt de allerhoogste tijd is om onszelf minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen. Niet alleen vanwege het milieu of klimaatverandering. Maar ook vanwege onze positie in de wereld. Om ons niet afhankelijk te laten zijn of worden van de grillen van welk regime dan ook.

dinsdag 3 maart 2015

De economie op de Balkan


De economische situatie in de meeste landen op de Balkan ziet er niet al te florissant uit. Liberale jongerenpartijen uit Bosnië, Servië, Montenegro, Kroatië, Macedonië en Bulgarije zijn het laatste weekend van november bijeen in Sarajevo om met elkaar hierover te discussiëren. Deze landen hebben nog steeds te maken met de gevolgen van de overgang van het communisme naar een marktgerichte economie. Daarbij zijn de bloedige gevolgen van het uiteenvallen van voormalig Joegoslavië uiteraard ook van invloed.

Corruptie, vriendjespolitiek, een instabiele politieke situatie, zwakke (overheids)instanties, hoge werkloosheid en een niet al te aantrekkelijk investeringsklimaat spelen een grote rol op de slechte economische situatie in al deze landen.
Uiteraard zijn de verschillen ook makkelijk te benoemen en heeft elk land zijn eigen problemen of kansen. Zo zijn Bulgarije en Kroatië (al) lid van de Europese Unie, alhoewel dat niet direct een verbetering van de economie betekent. Waar Kroatië profiteert van toerisme, kampt bijvoorbeeld Bosnië met een politiek systeem dat veel hervormingen afremt of blokkeert.

Omdat de problemen in deze landen voor een deel met elkaar overeenkomen wordt tijdens deze conferentie ook gekeken naar mogelijke gezamenlijke manieren om de economie te verbeteren. Al snel komen verschillende deelnemers tot de conclusie dat de hele regio wel wat goede PR kan gebruiken. Dit kan goed zijn om meer buitenlandse investeerders naar de diverse landen of de regio te lokken maar ook een impuls voor toerisme. Ook zien de liberale jongerenpartijen veel mogelijkheden als de landen meer en beter gaan samenwerken. Hiertoe geven ze graag het goede voorbeeld door als regionaal netwerk op te blijven treden!