vrijdag 1 juli 2011
Stem mij naar New York
Het ministerie van Buitenlandze Zaken zoekt een social-mediareporter die in september met hen meegaat naar de VN-top.
Help mij om zoveel mogelijk stemmen en reacties te halen! Ga naar je facebook, 'like' Nederland en de VN en stem op mij!
Dat kan via deze link: http://www.facebook.com/NederlandendeVN?sk=app_153773201357777&app_data=item_29
Alvast bedankt!
dinsdag 28 juni 2011
De minister van Vrouwen- en Gezinszaken
Zaterdag 25 juni
IS Online
Het Rwanda-tribunaal heeft Pauline Nyiramasuhuko vrijdag veroordeeld voor genocide. Ze is de eerste vrouw ooit die door een internationaal hof veroordeeld is voor volkerenmoord. Nyiramasuhuko is voormalig minister van Vrouwen- en Gezinszaken in Rwanda. Ze zou hebben aangespoord tot massale verkrachtingen, als onderdeel van genocide en heeft levenslang gekregen.
Het meest opmerkelijk van de vreselijke misdaden die zij begaan heeft is dat Nyiramasuhuko als minister altijd opkwam voor vrouwen en het gezinsleven, maar dat zij tijdens de genocide in 1994 massale verkrachtingen aangemoedigde. De NOS schrijft dat zij het Rode Kruis voedsel liet uitdelen in het stadion van Butare. Duizenden wanhopige Tutsi's vluchtten naar het stadion. Het bleek een valstrik. De vrouwen werden van de mannen gescheiden, en naar het bos gebracht. "Voor jullie ze doden, moeten jullie ze verkrachten", zou de minister hebben gezegd. Daarna keek ze toe hoe Hutu-milities met machinegeweren en handgranaten de Tutsi-mannen in het stadion afmaakten.
Massale verkrachtingen. Eén van de wreedste oorlogsinstrumenten. Maar wat velen, en ook ik, zich afvragen is hoe nu juist een minister van Vrouwen- en Gezinszaken, een vrouw en zelf moeder notabene, hier toe op kan roepen…
Een rechtvaardiging ga ik hier zeker niet uit de doeken doen. Wel (een poging tot) een verklaring hoe dit kan.
Wat je bij genocides of andere grove mensenrechtenschendingen ziet is dat de vijand wordt “gedehumaniseerd”. Oftewel: Er wordt niet over hen als mensen gedacht en gepraat maar als iets minderwaardigs. Ongedierte, onkruid. De Joden waren “Untermenschen” en de Tutsi’s “Kakkerlakken”. En dus niet je vrienden, je buren, of je collega’s. Nee, wezens van een compleet andere soort. Een soort waar jijzelf vér boven staat. En dan wordt het iets minder lastig ze iets ergs aan te doen. Immers, het zijn toch maar “kakkerlakken”… en daar kan je maar beter vanaf zijn…
Het meest enge hiervan is dat, als dit blijkbaar zo werkt, ikzelf en ook jij dit ook zouden kunnen doen. Als de omstandigheden er maar naar zijn. Als een ‘andere’ groep mensen maar de beste baantjes krijgt, we weinig tot geen sociale vooruitgang zien, dit een tijdlang zo blijft en er dan politici zijn die ons opruien… Ik moet er niet aan denken, toch vrees ik dat ook Pauline Nyiramasuhuko het resultaat was van hoe ons menselijk brein nou eenmaal kán werken. Ook die van mij, en ook die van jou…
IS Online
![]() |
| ©www.haguejusticeportal.net |
Het meest opmerkelijk van de vreselijke misdaden die zij begaan heeft is dat Nyiramasuhuko als minister altijd opkwam voor vrouwen en het gezinsleven, maar dat zij tijdens de genocide in 1994 massale verkrachtingen aangemoedigde. De NOS schrijft dat zij het Rode Kruis voedsel liet uitdelen in het stadion van Butare. Duizenden wanhopige Tutsi's vluchtten naar het stadion. Het bleek een valstrik. De vrouwen werden van de mannen gescheiden, en naar het bos gebracht. "Voor jullie ze doden, moeten jullie ze verkrachten", zou de minister hebben gezegd. Daarna keek ze toe hoe Hutu-milities met machinegeweren en handgranaten de Tutsi-mannen in het stadion afmaakten.
Massale verkrachtingen. Eén van de wreedste oorlogsinstrumenten. Maar wat velen, en ook ik, zich afvragen is hoe nu juist een minister van Vrouwen- en Gezinszaken, een vrouw en zelf moeder notabene, hier toe op kan roepen…
Een rechtvaardiging ga ik hier zeker niet uit de doeken doen. Wel (een poging tot) een verklaring hoe dit kan.
Wat je bij genocides of andere grove mensenrechtenschendingen ziet is dat de vijand wordt “gedehumaniseerd”. Oftewel: Er wordt niet over hen als mensen gedacht en gepraat maar als iets minderwaardigs. Ongedierte, onkruid. De Joden waren “Untermenschen” en de Tutsi’s “Kakkerlakken”. En dus niet je vrienden, je buren, of je collega’s. Nee, wezens van een compleet andere soort. Een soort waar jijzelf vér boven staat. En dan wordt het iets minder lastig ze iets ergs aan te doen. Immers, het zijn toch maar “kakkerlakken”… en daar kan je maar beter vanaf zijn…
Het meest enge hiervan is dat, als dit blijkbaar zo werkt, ikzelf en ook jij dit ook zouden kunnen doen. Als de omstandigheden er maar naar zijn. Als een ‘andere’ groep mensen maar de beste baantjes krijgt, we weinig tot geen sociale vooruitgang zien, dit een tijdlang zo blijft en er dan politici zijn die ons opruien… Ik moet er niet aan denken, toch vrees ik dat ook Pauline Nyiramasuhuko het resultaat was van hoe ons menselijk brein nou eenmaal kán werken. Ook die van mij, en ook die van jou…
Beter een goede buur...
IS Online
Hosni Mubarak uit Egypte. Zine al-Abidine ben Ali uit Tunesië. En Jean-Claude Duvalier uit Haïti. Drie ex-presidenten met, op z'n zachtst gezegd, een niet al te smetteloos verleden. Er is echter nog een overeenkomst tussen de drie heren. Alledrie bezitten zij vastgoed in de chique omgeving van de Parijse Avenue Foch, dichtbij de Arc de Triomphe. Ze zijn niet de enige dubieuze (ex-) presidenten die een optrekje gevonden hebben in deze buurt. Tussen diplomaten en succesvolle zakenmensen bezitten nog wat oud-politici hier wat vastgoed. Teodoro Obiang Nguema Mbasogo bijvoorbeeld. Hij is sinds 1979 president van Equatoriaal-Guine en staat bekend om zijn harde opstelling naar politieke tegenstanders. Toch heeft ook hij een huisje bemachtigd in deze luxe wijk. Omar Bongo, de voormalige president van Gabon (1967 – 2009)en Afrika's langstzittende president ooit deed het nog beter. Bongo stond bekend om zijn autoritaire bewind en corrupte handelen. Mede hierdoor was hij één van de rijkste staatshoofden van de wereld. Meer dan geld genoeg dus voor de Avenue Foch. Letterlijk meer dan genoeg want hij investeerde in maar liefst 39 panden. Op het plattegrondje uit de Belgische ‘Standaard’ kun je zien wie er zo al vertoeven in deze wijk.
Maar zijn deze leiders eigenlijk leuke buren? Ik ging de wijk in en vroeg de bewoners wat ze van deze buren vinden en of ze ze eigenlijk wel kennen...
Een meisje dat in een parkje aan de Avenue Foch aan het lezen is heeft geen idee waar ik het over heb. “Hier?! Daar heb ik echt nog nooit van gehoord!” De mevrouw in een boekenwinkel misschien dan? “Tjah..zou kunnen. Mijn klanten stellen zich niet voor he?” In het bloemenwinkeltje weten ze misschien wel meer. De Aziatische eigenaresse spreekt echter geen Frans of Engels, dus spreek ik telefonisch met haar man. Hij weet dat Ben Ali een appartement in de buurt zou bezitten. Maar waar precies? Dat weet hij niet. En bloemen heeft hij nog nooit besteld...
Twee oude mannetjes staan op straat met elkaar te praten. Zij moéten de buurt goed kennen. Maar ze lachen een beetje als ik vraag naar de omstreden buurtbewoners. Ze hebben er nog nooit van gehoord. “Nee, echt niet”. “Weet u het zeker?”, vraag ik. Ze overleggen in het Arabisch. “Nee, echt niet...”
Huizen met hoge hekken en dure beveiligingssystemen. Hermetisch afgesloten. Maar jah, woont er dan een omstreden ex-president of gewoon een succesvolle zakenman? De buurtbewoners kunnen het me niet vertellen. Of ze wíllen het me niet vertellen. Dát kan ook!
Hosni Mubarak uit Egypte. Zine al-Abidine ben Ali uit Tunesië. En Jean-Claude Duvalier uit Haïti. Drie ex-presidenten met, op z'n zachtst gezegd, een niet al te smetteloos verleden. Er is echter nog een overeenkomst tussen de drie heren. Alledrie bezitten zij vastgoed in de chique omgeving van de Parijse Avenue Foch, dichtbij de Arc de Triomphe. Ze zijn niet de enige dubieuze (ex-) presidenten die een optrekje gevonden hebben in deze buurt. Tussen diplomaten en succesvolle zakenmensen bezitten nog wat oud-politici hier wat vastgoed. Teodoro Obiang Nguema Mbasogo bijvoorbeeld. Hij is sinds 1979 president van Equatoriaal-Guine en staat bekend om zijn harde opstelling naar politieke tegenstanders. Toch heeft ook hij een huisje bemachtigd in deze luxe wijk. Omar Bongo, de voormalige president van Gabon (1967 – 2009)en Afrika's langstzittende president ooit deed het nog beter. Bongo stond bekend om zijn autoritaire bewind en corrupte handelen. Mede hierdoor was hij één van de rijkste staatshoofden van de wereld. Meer dan geld genoeg dus voor de Avenue Foch. Letterlijk meer dan genoeg want hij investeerde in maar liefst 39 panden. Op het plattegrondje uit de Belgische ‘Standaard’ kun je zien wie er zo al vertoeven in deze wijk.
Maar zijn deze leiders eigenlijk leuke buren? Ik ging de wijk in en vroeg de bewoners wat ze van deze buren vinden en of ze ze eigenlijk wel kennen...
Een meisje dat in een parkje aan de Avenue Foch aan het lezen is heeft geen idee waar ik het over heb. “Hier?! Daar heb ik echt nog nooit van gehoord!” De mevrouw in een boekenwinkel misschien dan? “Tjah..zou kunnen. Mijn klanten stellen zich niet voor he?” In het bloemenwinkeltje weten ze misschien wel meer. De Aziatische eigenaresse spreekt echter geen Frans of Engels, dus spreek ik telefonisch met haar man. Hij weet dat Ben Ali een appartement in de buurt zou bezitten. Maar waar precies? Dat weet hij niet. En bloemen heeft hij nog nooit besteld...
Twee oude mannetjes staan op straat met elkaar te praten. Zij moéten de buurt goed kennen. Maar ze lachen een beetje als ik vraag naar de omstreden buurtbewoners. Ze hebben er nog nooit van gehoord. “Nee, echt niet”. “Weet u het zeker?”, vraag ik. Ze overleggen in het Arabisch. “Nee, echt niet...”
Huizen met hoge hekken en dure beveiligingssystemen. Hermetisch afgesloten. Maar jah, woont er dan een omstreden ex-president of gewoon een succesvolle zakenman? De buurtbewoners kunnen het me niet vertellen. Of ze wíllen het me niet vertellen. Dát kan ook!
woensdag 22 juni 2011
Wereldvluchtelingendag
Youngmindz
Gister, 20 juni, was het Wereldvluchtelingendag. Op deze dag staat de wereld stil bij de 15,4 miljoen vluchtelingen die er op dit moment ongeveer zijn. 15,4 miljoen! Dat is veel. Dat is bijna heel Nederland!
Ons huidige kabinet wil iets doen aan de “massale toestroom” van vluchtelingen. Minister Leers van Immigratie en Asiel, gaat over het vluchtelingenbeleid van Nederland. In een toespraak die hij gister gaf zei hij: “Nederland kan betreft de opvang van vluchtelingen niet alle leed van de wereld aan.” Dat klinkt logisch, want natuurlijk kan een relatief klein land als Nederland dat niet.
Maar gister bracht de vluchtelingenorganisatie van de VN, de UNHCR, wat cijfers naar buiten. De meeste vluchtelingen worden in buurlanden opgevangen. Onze buurlanden, België en Duitsland, zorgen nou niet echt voor een massale toestroom van vluchtelingen. Nee, veel vluchtelingen komen uit Afghanistan, Irak en Somalië, of de Democratische Republiek Congo. Buurlanden van met name deze landen zijn de pineut als het gaat om de opvang van vluchtelingen. Denk bijvoorbeeld aan Pakistan, wat aan Afghanistan grenst. Slechts een paar procent van alle vluchtelingen in de wereld wordt in Nederland opgevangen.
Daarom vind ik de uitspraak van Leers dat Nederland niet ‘alle leed van de wereld aan kan’ erg overdreven. Natuurlijk moet je kritisch kijken naar mensen die als vluchteling naar Nederland willen komen, maar je kan het ook té kritisch doen. Wat vind jij? Moet Nederland inderdaad strenger worden bij het toelaten van vluchtelingen, zoals onze minister wil, of vind jij dat het wel wat soepeler kan?
Laat het hier weten!
21 juni, Youngmindz
Gister, 20 juni, was het Wereldvluchtelingendag. Op deze dag staat de wereld stil bij de 15,4 miljoen vluchtelingen die er op dit moment ongeveer zijn. 15,4 miljoen! Dat is veel. Dat is bijna heel Nederland!
Ons huidige kabinet wil iets doen aan de “massale toestroom” van vluchtelingen. Minister Leers van Immigratie en Asiel, gaat over het vluchtelingenbeleid van Nederland. In een toespraak die hij gister gaf zei hij: “Nederland kan betreft de opvang van vluchtelingen niet alle leed van de wereld aan.” Dat klinkt logisch, want natuurlijk kan een relatief klein land als Nederland dat niet.
Maar gister bracht de vluchtelingenorganisatie van de VN, de UNHCR, wat cijfers naar buiten. De meeste vluchtelingen worden in buurlanden opgevangen. Onze buurlanden, België en Duitsland, zorgen nou niet echt voor een massale toestroom van vluchtelingen. Nee, veel vluchtelingen komen uit Afghanistan, Irak en Somalië, of de Democratische Republiek Congo. Buurlanden van met name deze landen zijn de pineut als het gaat om de opvang van vluchtelingen. Denk bijvoorbeeld aan Pakistan, wat aan Afghanistan grenst. Slechts een paar procent van alle vluchtelingen in de wereld wordt in Nederland opgevangen.
Daarom vind ik de uitspraak van Leers dat Nederland niet ‘alle leed van de wereld aan kan’ erg overdreven. Natuurlijk moet je kritisch kijken naar mensen die als vluchteling naar Nederland willen komen, maar je kan het ook té kritisch doen. Wat vind jij? Moet Nederland inderdaad strenger worden bij het toelaten van vluchtelingen, zoals onze minister wil, of vind jij dat het wel wat soepeler kan?
Laat het hier weten!
21 juni, Youngmindz
Bijzondere hobby: triathlon
Voetbal, hockey of dansen: typisch en het behoort tot de dagelijkse sleur. Een triatlon lopen, planking en strontvliegen verzamelen: opmerkelijk en je trekt er makkelijk volle zalen mee. In de rubriek ‘bijzondere hobby’s’ komen jongeren aan het woord met een bijzondere hobby. Des te ongewoner, des te beter!
Deze keer...
Naam: Diederik Scheltinga
Leeftijd: 25
Hobby: Triathlon
1. Waarom triathlon?
Diederik: “Toen ik een jaar of tien of elf was ging ik met m’n broertje hardlopen. Daarna ging ik nog even op voetbal maar daarmee had ik het snel gehad. Ik wilde weer gaan hardlopen, maar die vereniging was inmiddels verandert naar een duursportvereniging en daarom ging ik ook zwemmen en fietsen. M’n coach heeft me toen aangespoord mee te doen aan het Europees Kampioenschap. En ja, ik bleek er best goed in en daarna is het een soort verslaving geworden!”
2. Hoe vaak train je?
Diederik: “Ik ben nu vooral bezig met zwemmen. Het is best lastig om lang achter elkaar te trainen. Maar wat ik met fietsen vaak doe, is dat ik mensen in het hele land op zoek. Zo fiets ik bijvoorbeeld naar Breda. Ideale deal toch? Maar hier in de omgeving (Arnhem/Nijmegen, red.) kan je ook erg mooi fietsen trouwens!”
3. Waar heeft triathlon jou allemaal gebracht?
Diederik: “Nou, eerst Nederland natuurlijk. Daarna deed ik ook mee aan wedstrijden in België en belandde ik in een Duitse competitie. Vervolgens ging ik naar Engeland. Omdat ik daar won, mocht ik naar het WK op Hawaï. Dat noemen ze ook wel ‘Iron Man’. Op Hawaï leerde ik mensen kennen die me uitnodigden om bij hen in Nieuw-Zeeland te komen wonen en te trainen. Daar heb ik ook veel wedstrijden gedaan. Ik ben nog een tijdje terug geweest naar Hawaï en toen weer door naar Nieuw-Zeeland. Toen heb ik twee keer een erg goeie tijd neergezet. Daar ben ik echt zeer trots op! Tussendoor heb ik ook nog meegedaan aan ‘Hollandse Krijgers’ in Ethiopië, een tv-programma van Veronica.”
4. Je broertjes doen ook aan triathlon. Wie heeft wie overgehaald en wie is er nu de beste?
Diederik: “Haha, ja ik heb drie broertjes waarvan er twee ook aan triathlon doen. Mijn een na jongste broertje heeft me overgehaald. Hij deed al aan triathlon en toen ben ik het ook gaan doen. We trainen vaak samen, dat is wel erg leuk! Normaal gesproken is Evert beter, maar die is laatst over de kop gevlogen. Ik schrok me rot toen hij me dat vertelde! Eerst kon hij z’n benen niet bewegen, maar nu heeft ie alleen nog maar een gebroken sleutelbeen en alles komt weer goed, gelukkig! Dit jaar gaan we één wedstrijd met z’n drieën doen. Dat wordt spannend dus! Ik heb er erg veel zin in en we zullen wel zien wie er dan de beste is…”
5. Klinkt leuk met je sport de halve wereld over reizen, maar wat is de keerzijde hiervan?
Diederik: “Eh…die is er eigenlijk niet! Haha nee, het enige is de vraag hoe ik m’n geld verdien, maar als je met leuke mensen bent is dat het belangrijkste. De mensen in Nieuw-Zeeland waar ik verbleef waren echt super. Dat is een soort van mijn Zuidelijk halfrond familie geworden. Dat is superfijn, want zo had ik toch familie dichtbij. Ik ben wel als persoon veranderd en heb uiteraard veel meegemaakt. Op dit moment ben ik zo’n vier a vijf weken terug na bijna twee jaar weg te zijn geweest. Dus op dit moment zit ik echt in een cultuurschok!”
Ben of ken jij ook een opmerkelijke hobbyist? Stuur dan een mailtje naar mersiha@youngmindz.nl.
Deze keer...
Naam: Diederik Scheltinga
Leeftijd: 25
Hobby: Triathlon
1. Waarom triathlon?
Diederik: “Toen ik een jaar of tien of elf was ging ik met m’n broertje hardlopen. Daarna ging ik nog even op voetbal maar daarmee had ik het snel gehad. Ik wilde weer gaan hardlopen, maar die vereniging was inmiddels verandert naar een duursportvereniging en daarom ging ik ook zwemmen en fietsen. M’n coach heeft me toen aangespoord mee te doen aan het Europees Kampioenschap. En ja, ik bleek er best goed in en daarna is het een soort verslaving geworden!”
2. Hoe vaak train je?
Diederik: “Ik ben nu vooral bezig met zwemmen. Het is best lastig om lang achter elkaar te trainen. Maar wat ik met fietsen vaak doe, is dat ik mensen in het hele land op zoek. Zo fiets ik bijvoorbeeld naar Breda. Ideale deal toch? Maar hier in de omgeving (Arnhem/Nijmegen, red.) kan je ook erg mooi fietsen trouwens!”
3. Waar heeft triathlon jou allemaal gebracht?
Diederik: “Nou, eerst Nederland natuurlijk. Daarna deed ik ook mee aan wedstrijden in België en belandde ik in een Duitse competitie. Vervolgens ging ik naar Engeland. Omdat ik daar won, mocht ik naar het WK op Hawaï. Dat noemen ze ook wel ‘Iron Man’. Op Hawaï leerde ik mensen kennen die me uitnodigden om bij hen in Nieuw-Zeeland te komen wonen en te trainen. Daar heb ik ook veel wedstrijden gedaan. Ik ben nog een tijdje terug geweest naar Hawaï en toen weer door naar Nieuw-Zeeland. Toen heb ik twee keer een erg goeie tijd neergezet. Daar ben ik echt zeer trots op! Tussendoor heb ik ook nog meegedaan aan ‘Hollandse Krijgers’ in Ethiopië, een tv-programma van Veronica.”
4. Je broertjes doen ook aan triathlon. Wie heeft wie overgehaald en wie is er nu de beste?
Diederik: “Haha, ja ik heb drie broertjes waarvan er twee ook aan triathlon doen. Mijn een na jongste broertje heeft me overgehaald. Hij deed al aan triathlon en toen ben ik het ook gaan doen. We trainen vaak samen, dat is wel erg leuk! Normaal gesproken is Evert beter, maar die is laatst over de kop gevlogen. Ik schrok me rot toen hij me dat vertelde! Eerst kon hij z’n benen niet bewegen, maar nu heeft ie alleen nog maar een gebroken sleutelbeen en alles komt weer goed, gelukkig! Dit jaar gaan we één wedstrijd met z’n drieën doen. Dat wordt spannend dus! Ik heb er erg veel zin in en we zullen wel zien wie er dan de beste is…”
5. Klinkt leuk met je sport de halve wereld over reizen, maar wat is de keerzijde hiervan?
Diederik: “Eh…die is er eigenlijk niet! Haha nee, het enige is de vraag hoe ik m’n geld verdien, maar als je met leuke mensen bent is dat het belangrijkste. De mensen in Nieuw-Zeeland waar ik verbleef waren echt super. Dat is een soort van mijn Zuidelijk halfrond familie geworden. Dat is superfijn, want zo had ik toch familie dichtbij. Ik ben wel als persoon veranderd en heb uiteraard veel meegemaakt. Op dit moment ben ik zo’n vier a vijf weken terug na bijna twee jaar weg te zijn geweest. Dus op dit moment zit ik echt in een cultuurschok!”
Ben of ken jij ook een opmerkelijke hobbyist? Stuur dan een mailtje naar mersiha@youngmindz.nl.
Bijzondere hobby: jongleren
Voetbal, hockey of dansen: typisch en het behoort tot de dagelijkse sleur. Een triatlon lopen, planking en strontvliegen verzamelen: opmerkelijk en je trekt er makkelijk volle zalen mee. In de rubriek ‘bijzondere hobby’s’ komen jongeren aan het woord met een bijzondere hobby. Des te ongewoner, des te beter!
Deze keer…
Naam: Nigel Voets
Leeftijd: 15
Hobby: Jongleren
1. Heb je voordat je begon met jongleren nog anderen dingen in het circus gedaan?
Nigel: “Nee, ik ben begonnen met jongleren. Circus vond ik altijd leuk, toen ik drie was ben ik voor het eerst naar het circus gegaan en daar zag ik een jongleur. Het eerste wat in mij opkwam was: ‘Dat wil ik ook!’ Vervolgens ben ik thuis gaan oefenen en vanaf mijn zesde tot en met mijn elfde zat ik in Rotterdam bij het jeugdcircus. Toen kwamen ook echt de optredens. Omdat ik daar niet zoveel meer leerde train ik nu inmiddels alweer vier jaar zelf elke dag drie uur.”
2. Hoe vaak en waar treed je op?
Nigel: “Meestal treed ik in Nederland op, want ik zit nog op school. Afgelopen kerst heb ik meegedaan aan een programma van de TROS waar ik een week verlof van school heb gekregen. Er was een circus in Genève en dat werd uitgezonden in verschillende landen. Verder heb ik ook meegedaan aan de eerste editie van Holland’s Got Talent en daarmee heb ik de halve finale bereikt. Veel mensen herkennen mij nu daarvan en het heeft me ook veel optredens opgeleverd! Vroeger trad ik vaak op met het staatscircus van Moskou in Nederland, maar zij zijn nu failliet.”
3. Wil je later in het circus werken?
Nigel: “Circus is echt mijn passie en jongleren mijn hobby dus ik wil hier heel graag mee doorgaan. Op dit moment ben ik bezig om mijzelf te onderscheiden, want er zijn natuurlijk meer jongleurs en daarom heb ik voor de stijl flamenco gekozen. Dáár wil ik echt mee doorbreken!”
4. Is het soms niet ontzettend saai achter de coulissen?
Nigel: “Nee. Iedereen heeft zijn of haar eigen caravan. Twee acts voor je eigen act ga je er heen waarna je een beetje gaat opwarmen. Gelukkig is het niet zo dat je de hele tijd wacht, dus dat is wel relaxed.”
5. Heb jij een groot voorbeeld in het jongleren?
Nigel: “Ja, Francis Brunn uit de jaren zestig, maar hij is al overleden. Wat hij doet is eigenlijk niet het jongleren van nu, maar alsnog vind ik het heel erg gaaf.”
Ben of ken jij ook een opmerkelijke hobbyist? Stuur dan een mailtje naar: mersiha@youngmindz.nl.
Deze keer…
Naam: Nigel Voets
Leeftijd: 15
Hobby: Jongleren
1. Heb je voordat je begon met jongleren nog anderen dingen in het circus gedaan?
Nigel: “Nee, ik ben begonnen met jongleren. Circus vond ik altijd leuk, toen ik drie was ben ik voor het eerst naar het circus gegaan en daar zag ik een jongleur. Het eerste wat in mij opkwam was: ‘Dat wil ik ook!’ Vervolgens ben ik thuis gaan oefenen en vanaf mijn zesde tot en met mijn elfde zat ik in Rotterdam bij het jeugdcircus. Toen kwamen ook echt de optredens. Omdat ik daar niet zoveel meer leerde train ik nu inmiddels alweer vier jaar zelf elke dag drie uur.”
2. Hoe vaak en waar treed je op?
Nigel: “Meestal treed ik in Nederland op, want ik zit nog op school. Afgelopen kerst heb ik meegedaan aan een programma van de TROS waar ik een week verlof van school heb gekregen. Er was een circus in Genève en dat werd uitgezonden in verschillende landen. Verder heb ik ook meegedaan aan de eerste editie van Holland’s Got Talent en daarmee heb ik de halve finale bereikt. Veel mensen herkennen mij nu daarvan en het heeft me ook veel optredens opgeleverd! Vroeger trad ik vaak op met het staatscircus van Moskou in Nederland, maar zij zijn nu failliet.”
3. Wil je later in het circus werken?
Nigel: “Circus is echt mijn passie en jongleren mijn hobby dus ik wil hier heel graag mee doorgaan. Op dit moment ben ik bezig om mijzelf te onderscheiden, want er zijn natuurlijk meer jongleurs en daarom heb ik voor de stijl flamenco gekozen. Dáár wil ik echt mee doorbreken!”
4. Is het soms niet ontzettend saai achter de coulissen?
Nigel: “Nee. Iedereen heeft zijn of haar eigen caravan. Twee acts voor je eigen act ga je er heen waarna je een beetje gaat opwarmen. Gelukkig is het niet zo dat je de hele tijd wacht, dus dat is wel relaxed.”
5. Heb jij een groot voorbeeld in het jongleren?
Nigel: “Ja, Francis Brunn uit de jaren zestig, maar hij is al overleden. Wat hij doet is eigenlijk niet het jongleren van nu, maar alsnog vind ik het heel erg gaaf.”
Ben of ken jij ook een opmerkelijke hobbyist? Stuur dan een mailtje naar: mersiha@youngmindz.nl.
dinsdag 24 mei 2011
Onze dagelijkse oorlog
Youngmindz
De Arabische Lente begon op 17 december in Tunesië. Groenteverkoper Mohammed Bouazizi stak zichzelf in brand. Hij deed dit uit frustratie over zijn leven en omdat hij geen kansen had op een betere toekomst. Zijn frustraties deelde hij met veel jongeren in zijn land en een massale opstand was het gevolg. Het bleef niet bij Tunesië. Jongeren in zo’n beetje de hele Arabische wereld herkenden de frustraties en het gebrek aan kansen van de jongeren in Tunesië. Dus ook zij gingen de straat op en eisten veranderingen en vaak het aftreden van de leider van hun land.
De bekendste hiervan zijn de opstanden in Egypte en momenteel in Libië. Heftige beelden hebben we gezien op en rondom het, inmiddels bekende, Tahrirplein, in Cairo. De beelden van gevechten tussen de rebellen en het leger van Khaddafi uit Libië zijn nog heftiger. Daarom ging de rest van de wereld zich ermee bemoeien. Frankrijk en Groot-Brittannië drongen aan op militaire acties. En die kwamen er. En zijn er nog steeds. Dagelijks worden Libische doelen gebombardeerd of beschoten en vechten de rebellen in de straten met het Libische leger.
En om eerlijk te zijn, ja dat is heel erg maar het wordt een beetje saai. Om elke avond opnieuw op het journaal beelden te zien van gevechten in weer dezelfde stad, bombardementen op weer dezelfde stad. Soms een andere stad, maar het verschil is toch niet te zien. De gevechten in Libië, ‘onze’ dagelijkse oorlog, gaan maar door en het einde is volgens mij nog lang niet in zicht. En dan heb je ook nog Syrië. Ook daar loopt het ontzettend uit de hand. Dagelijks heftige gevechten. Doden. Gewonden. Gevangen en vluchtelingen. Vreselijk. Heel erg vreselijk.
Ik volg nu al bijna en half jaar de Arabische Lente. En ik schaam me om dit te zeggen, maar het wordt dagelijkse kost om de nare beelden te zien en de hartverscheurende verhalen te lezen of te horen. Het is niet nieuw meer. Dus het komt minder hard aan en ik vind dat eigenlijk heel erg. Want in Syrië gebeuren terwijl jij dit leest één van de heftigste protesten sinds de Arabische Lente half december begon. Maar alléén omdat ze de zoveelste in de rij zijn doet het me veel minder dan de protesten die aan het begin van de Arabische Lente plaatsvonden. Dat is toch wrang. Logisch misschien, maar toch…
Heb jij dit ook? Maak jij je eigenlijk nog écht druk om Syrië? Laat het me weten! Want als ik niet de enige ben voel ik me misschien een heel klein beetje minder schuldig hierover.
De Arabische Lente begon op 17 december in Tunesië. Groenteverkoper Mohammed Bouazizi stak zichzelf in brand. Hij deed dit uit frustratie over zijn leven en omdat hij geen kansen had op een betere toekomst. Zijn frustraties deelde hij met veel jongeren in zijn land en een massale opstand was het gevolg. Het bleef niet bij Tunesië. Jongeren in zo’n beetje de hele Arabische wereld herkenden de frustraties en het gebrek aan kansen van de jongeren in Tunesië. Dus ook zij gingen de straat op en eisten veranderingen en vaak het aftreden van de leider van hun land.De bekendste hiervan zijn de opstanden in Egypte en momenteel in Libië. Heftige beelden hebben we gezien op en rondom het, inmiddels bekende, Tahrirplein, in Cairo. De beelden van gevechten tussen de rebellen en het leger van Khaddafi uit Libië zijn nog heftiger. Daarom ging de rest van de wereld zich ermee bemoeien. Frankrijk en Groot-Brittannië drongen aan op militaire acties. En die kwamen er. En zijn er nog steeds. Dagelijks worden Libische doelen gebombardeerd of beschoten en vechten de rebellen in de straten met het Libische leger.
En om eerlijk te zijn, ja dat is heel erg maar het wordt een beetje saai. Om elke avond opnieuw op het journaal beelden te zien van gevechten in weer dezelfde stad, bombardementen op weer dezelfde stad. Soms een andere stad, maar het verschil is toch niet te zien. De gevechten in Libië, ‘onze’ dagelijkse oorlog, gaan maar door en het einde is volgens mij nog lang niet in zicht. En dan heb je ook nog Syrië. Ook daar loopt het ontzettend uit de hand. Dagelijks heftige gevechten. Doden. Gewonden. Gevangen en vluchtelingen. Vreselijk. Heel erg vreselijk.
Ik volg nu al bijna en half jaar de Arabische Lente. En ik schaam me om dit te zeggen, maar het wordt dagelijkse kost om de nare beelden te zien en de hartverscheurende verhalen te lezen of te horen. Het is niet nieuw meer. Dus het komt minder hard aan en ik vind dat eigenlijk heel erg. Want in Syrië gebeuren terwijl jij dit leest één van de heftigste protesten sinds de Arabische Lente half december begon. Maar alléén omdat ze de zoveelste in de rij zijn doet het me veel minder dan de protesten die aan het begin van de Arabische Lente plaatsvonden. Dat is toch wrang. Logisch misschien, maar toch…
Heb jij dit ook? Maak jij je eigenlijk nog écht druk om Syrië? Laat het me weten! Want als ik niet de enige ben voel ik me misschien een heel klein beetje minder schuldig hierover.
woensdag 18 mei 2011
Vierhonderacht uur
YoungMindz
Vierhonderdacht uur: dat is tweeënhalve week of zeventien dagen. Belooft de fabrikant. Het staat op de site. En de verkoper zegt het ook. “Mooi!”, dacht ik. Goeie deal! Doen dus… Een paar klikken maar en het was al geregeld. Super blij was ik toen de postbode eindelijk mijn felbegeerde pakketje kwam brengen. Een gestroomlijnd mooi design. Erg makkelijk in het gebruik. En ja, natuurlijk die vierhonderdacht uur.
Een paar maanden later. Ik ken mijn smartphone als mijn broekzak of eigenlijk als mijn handtas, want zo’n Blackberry past nauwelijks in de zak van mijn spijkerbroek. De eerste euforie weg. Nee, niet vanwege het formaat. Dat is wel stijlvol en het past ook bij een smartphone. Maar die beloofde vierhonderdacht uur! Wat een onzin zeg… Tweeënhalve week zonder je Blackberry op te laden. Laat me niet lachen! Als je hem tweeënhalve week niet aanraakt en op je nachtkastje laat liggen, dan misschien. Maar zelfs dát geloof ik niet!
Een voorbeeldje. Gewoon een gemiddelde dag uit mijn leven. ’s Ochtends vroeg. De wakker gaat. In het donker probeer ik m’n Blackberry te pakken. Nog even snoozen. Vijf minuten later. Nog héél even snoozen dan… ok, opstaan! Eerst even kijken of ik gisteravond en vannacht nog mail heb gekregen. Daarna het nieuws checken. Nu snel opstaan, douchen, aankleden en ontbijten. En ondertussen Facebook. Of Twitter. Of allebei. Op weg naar de trein om te werken of naar college te gaan. Foursquare doet mee. Via Twitter even wat links bekijken die me interessant lijken. De treinreis vliegt voorbij zo.
M’n werk is best saai vandaag. Dus ik refresh m’n Facebook. En daarna kijk ik of er nog ‘breaking news’ is. Niets! Misschien valt er op Twitter nog wat te beleven… oh een mailtje. Even snel beantwoorden. Gelukkig, ik mag weer naar huis. Shit, vertraging met de trein. Even ‘9292’ checken hoe ik nu thuis kom. Wel zo makkelijk. Daarna bel ik een vriendin of we vanavond samen eten. Het gesprek duurt de hele treinreis. Zoals altijd.
Zo’n dag vreet energie. Niet voor mij. Voor m’n Blackberry. Maar m’n oplader zit standaard in het stopcontact. Geen probleem dus. Geen probleem? Wacht eens… dit was slechts één dag en geen zeventien zoals mij was beloofd! Ik moet m’n telefoon bijna elke avond opnieuw opladen. Dat is toch geen doen?!
Vierhonderdacht uur: dat is tweeënhalve week of zeventien dagen. Belooft de fabrikant. Het staat op de site. En de verkoper zegt het ook. “Mooi!”, dacht ik. Goeie deal! Doen dus… Een paar klikken maar en het was al geregeld. Super blij was ik toen de postbode eindelijk mijn felbegeerde pakketje kwam brengen. Een gestroomlijnd mooi design. Erg makkelijk in het gebruik. En ja, natuurlijk die vierhonderdacht uur.
Een paar maanden later. Ik ken mijn smartphone als mijn broekzak of eigenlijk als mijn handtas, want zo’n Blackberry past nauwelijks in de zak van mijn spijkerbroek. De eerste euforie weg. Nee, niet vanwege het formaat. Dat is wel stijlvol en het past ook bij een smartphone. Maar die beloofde vierhonderdacht uur! Wat een onzin zeg… Tweeënhalve week zonder je Blackberry op te laden. Laat me niet lachen! Als je hem tweeënhalve week niet aanraakt en op je nachtkastje laat liggen, dan misschien. Maar zelfs dát geloof ik niet!
Een voorbeeldje. Gewoon een gemiddelde dag uit mijn leven. ’s Ochtends vroeg. De wakker gaat. In het donker probeer ik m’n Blackberry te pakken. Nog even snoozen. Vijf minuten later. Nog héél even snoozen dan… ok, opstaan! Eerst even kijken of ik gisteravond en vannacht nog mail heb gekregen. Daarna het nieuws checken. Nu snel opstaan, douchen, aankleden en ontbijten. En ondertussen Facebook. Of Twitter. Of allebei. Op weg naar de trein om te werken of naar college te gaan. Foursquare doet mee. Via Twitter even wat links bekijken die me interessant lijken. De treinreis vliegt voorbij zo.
M’n werk is best saai vandaag. Dus ik refresh m’n Facebook. En daarna kijk ik of er nog ‘breaking news’ is. Niets! Misschien valt er op Twitter nog wat te beleven… oh een mailtje. Even snel beantwoorden. Gelukkig, ik mag weer naar huis. Shit, vertraging met de trein. Even ‘9292’ checken hoe ik nu thuis kom. Wel zo makkelijk. Daarna bel ik een vriendin of we vanavond samen eten. Het gesprek duurt de hele treinreis. Zoals altijd.
Zo’n dag vreet energie. Niet voor mij. Voor m’n Blackberry. Maar m’n oplader zit standaard in het stopcontact. Geen probleem dus. Geen probleem? Wacht eens… dit was slechts één dag en geen zeventien zoals mij was beloofd! Ik moet m’n telefoon bijna elke avond opnieuw opladen. Dat is toch geen doen?!
zondag 1 mei 2011
Blood in the city
IS Online
Afgelopen vrijdag zat ik zoals vaker op internet te surfen. Via Twitter werd ik overspoeld met meningen over de trouwjurk van Kate Middleton. Ook maakten veel mensen zich al op voor Koninginnenacht. Ik ging zelf ook alvast kijken waar de leukste bands zouden spelen en naar welk feest ik wilde gaan.
Toen viel mijn oog op een twitterbericht van Rosebell. Rosebell komt uit Uganda en ik ontmoette haar ongeveer een half jaar geleden in New York waar we beiden verslag deden van een VN-top. Die week trokken we vaak samen op en sindsdien houden contact via Facebook en Twitter.
Ze tweette: “Hearing bullets from my office in Kamwokya #walk2work” . Kamwokya is een wijk in Kampala en Walk2work een al meer dan twee weken durende campagne van de Ugandese oppositie. Uit protest tegen de hoge benzineprijzen lopen zij naar hun werk. De overheid is het hier niet mee eens en pakt de oppositieleiders en demonstranten op. Zachtzinnig gaat dit niet want de afgelopen dagen zijn hier al enkele doden bij gevallen.
Afgelopen vrijdag liep het compleet uit de hand. Oppositieleider Besigye die al twee keer opgepakt werd, was op borgtocht vrij. Donderdag werd hij op brute wijze opnieuw gearresteerd. Het raam van zijn auto werd ingegooid en van dichtbij werd hij met traangas uitgeschakeld. Hierna wordt hij ruw in een pick-up truck gegooid.
“More bullets in Kamwokya and we all duck under our tables #walk2work” luidt het volgende twitterbericht van Rosebell. Zo’n beetje elke minuut stuurt Rosebell verontrustende berichten de wereld in. Het schieten houdt niet op, lichamen liggen op straat, politiemensen worden verbrand of vermoord…
“Blood blood in the city!!! RT @bbandac:Iin Kyambogo people are killin police men with knives, journalists sent away. #walk2work” Hierna moet ik helaas weer aan het werk en kan haar updates niet meer van minuut tot minuut volgen. De leukste bands en feestjes op Koninginnenacht heb ik ondertussen ook gevonden dus een paar uur later struin ik de vrijmarkt af en geniet van de vele bandjes in de stad. Mijn avond was super, maar hoe zou die van Rosebell zijn geweest?
Afgelopen vrijdag zat ik zoals vaker op internet te surfen. Via Twitter werd ik overspoeld met meningen over de trouwjurk van Kate Middleton. Ook maakten veel mensen zich al op voor Koninginnenacht. Ik ging zelf ook alvast kijken waar de leukste bands zouden spelen en naar welk feest ik wilde gaan.
Toen viel mijn oog op een twitterbericht van Rosebell. Rosebell komt uit Uganda en ik ontmoette haar ongeveer een half jaar geleden in New York waar we beiden verslag deden van een VN-top. Die week trokken we vaak samen op en sindsdien houden contact via Facebook en Twitter.
Ze tweette: “Hearing bullets from my office in Kamwokya #walk2work” . Kamwokya is een wijk in Kampala en Walk2work een al meer dan twee weken durende campagne van de Ugandese oppositie. Uit protest tegen de hoge benzineprijzen lopen zij naar hun werk. De overheid is het hier niet mee eens en pakt de oppositieleiders en demonstranten op. Zachtzinnig gaat dit niet want de afgelopen dagen zijn hier al enkele doden bij gevallen.
Afgelopen vrijdag liep het compleet uit de hand. Oppositieleider Besigye die al twee keer opgepakt werd, was op borgtocht vrij. Donderdag werd hij op brute wijze opnieuw gearresteerd. Het raam van zijn auto werd ingegooid en van dichtbij werd hij met traangas uitgeschakeld. Hierna wordt hij ruw in een pick-up truck gegooid.
“More bullets in Kamwokya and we all duck under our tables #walk2work” luidt het volgende twitterbericht van Rosebell. Zo’n beetje elke minuut stuurt Rosebell verontrustende berichten de wereld in. Het schieten houdt niet op, lichamen liggen op straat, politiemensen worden verbrand of vermoord…
“Blood blood in the city!!! RT @bbandac:Iin Kyambogo people are killin police men with knives, journalists sent away. #walk2work” Hierna moet ik helaas weer aan het werk en kan haar updates niet meer van minuut tot minuut volgen. De leukste bands en feestjes op Koninginnenacht heb ik ondertussen ook gevonden dus een paar uur later struin ik de vrijmarkt af en geniet van de vele bandjes in de stad. Mijn avond was super, maar hoe zou die van Rosebell zijn geweest?
Abonneren op:
Posts (Atom)




