maandag 28 maart 2011

Fuseren met Philips

IS Online

Ontwikkelingssamenwerking ligt onder vuur. De oud-directeur van Terre des Hommes wil (nog steeds) fuseren met Philips. Hoogleraar Hoebink stelt dat we door amateurs worden geregeerd. En studenten stellen kritische vragen. Wat is er toch aan de hand? Waarom is er zoveel kritiek en wat voor kansen biedt het bedrijfsleven voor de toekomst van ontwikkelingssamenwerking?


In een zaaltje in het centrum van Leiden wordt door studenten van Studentenvereniging SOL (Studentenvereniging Ontwikkelingssamenwerking Leiden) met elkaar en experts gediscussieerd. “We worden als het om ontwikkelingssamenwerking gaat geregeerd door amateurs”, zegt Paul Hoebink van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hoebink weerlegt vele kritieken op ontwikkelingssamenwerking. De VVD, met eerst Hirsi Ali en later Boekestijn, noemt het OS-beleid mislukt. “Maar Nederlandse ontwikkelingshulp kan niet heel Afrika veranderen. Ontwikkelingshulp is op haar best een katalysator”, meent Hoebink. Hij is positief over wat ontwikkelingssamenwerking kan bereiken. “Met nieuwe methoden blijkt ook wetenschappelijk dat ontwikkelingssamenwerking effect heeft.” Toch is het debat in Nederland veel negatiever dan in Duitsland en Groot-Brittannië, waar het beleid volgens Hoebink meer toegespitst is op wat er in de wereld speelt. Hoe dit komt, wordt niet precies duidelijk.

Enfant Terrible

In een interview met Ron van Huizen (oud-directeur Terre des Hommes) door Marc Broere (hoofdredacteur Vice Versa) legt van Huizen uit dat die negatieve aandacht volgens hem komt omdat ontwikkelingssamenwerking een industrie is geworden. Bovendien is er weinig animo voor vernieuwingen. Broere zegt dat van Huizen ook toen hij nog directeur was al kritisch was over zijn eigen sector en noemt hem ‘het enfant terrible van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking’. Het enfant terrible is verantwoordelijk voor Johan Cruijffs’ betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking. “Mijn opa en zijn stiefvader waren beiden terreinknecht bij Ajax. En zelf heb ik ook nog bij Ajax gespeeld…”, vertelt Ron van Huizen trots. Toen Cruijff zijn Johan Cruijff foundation oprichtte hielp van Huizen hem. “Notulen en besluiten maakte ik soms voor de vergadering al. Cruijff hoefde dan alleen te tekenen en kon weer over voetbal praten”, lacht van Huizen. Hij looft Cruijff over zijn gevoel voor mensen. Cruijff zat meteen op dezelfde golflengte met iédereen. “Ook in India waar niemand wist wie hij was…” Van Huizen vindt Cruijff, net als de hele voetballerij, een bedrijf.

Fuseren met Philips geen slecht idee
Maar ontwikkelingssamenwerking in combinatie met bedrijven roept traditioneel veel weerstand op. Van Huizen kan het weten. In 2004 zei hij: “Het zou mijn droom zijn als Terre des Hommes zou fuseren met Philips.” De commotie die na zijn uitspraak in de OS-sector ontstond heeft hij nooit begrepen. Een NGO heeft een andere insteek dan een commercieel bedrijf maar van Huizen ziet ook veel kansen in de door staatssecretaris Knapen gewenste samenwerking tussen de twee. De infrastructuur en kennis van een NGO en de producten die een bedrijf wil verkopen kun je goed aan elkaar koppelen.” Van Huizen ziet nog wel veel verbeteringen die mogelijk zijn. “Samenwerking met het bedrijfsleven is nu altijd ad hoc, zoals na de Tsunami. Er zijn geen langlopende contracten tussen NGO’s en het bedrijfsleven.” Nu het huidige kabinet meer nadruk wil leggen op het bedrijfsleven binnen ontwikkelingssamenwerking wordt zijn opmerking over Philips weer actueel. “Er wordt ook vaak gezegd dat NGO’s kunnen fuseren, dan vind ik mijn idee van fuseren met Philips nog geen slecht idee”, aldus van Huizen. “Als je onderdeel bent van het bedrijf moet Philips altijd rekening houden met de belangen van Terre des Hommes!”, legt de enthousiaste van Huizen uit.

Meer dan alleen bedrijfsleven
Antropoloog Harm van Oudenhoven benadrukt dat het bedrijfsleven niet zonder andere sectoren zoals onderwijs en een goed functionerend overheidsapparaat kan. In Nicaragua zette hij een cacaofabriek op. “Maar ik liep tegen erg veel muren op”, vertelt hij stoïcijns. Lokale wetgeving en belastingwetgeving kwamen soms totaal niet met elkaar overeen en het kostte hem veel moeite en geld om zijn bedrijf officieel te registreren. Ongeletterde en soms wereldvreemde arbeiders hielpen zijn bedrijf vaak ook niet zoals het had gekund.

Kortom: met alléén het bedrijfsleven red de ontwikkelingssamenwerking het niet. Andere sectoren blijven nodig om ontwikkelingssamenwerking, ook in de toekomst, effectief te laten blijven. Veel sprekers benadrukten dat kritische nieuwe geluiden en fris bloed nodig zijn in de sector. Aan kritische geluiden geen gebrek, dus wat dat betreft komt het misschien wel goed met de toekomst van ontwikkelingssamenwerking…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten