woensdag 9 februari 2011

Belasting

IS Online
 

Ik ben bij een lezing op de Vrije Universiteit waar Paul Collier (Oxford) uitlegt dat het in het belang is van bevolkingen in ontwikkelingslanden zélf als zij belasting gaan betalen. Dat klinkt natuurlijk vreemd.  Deze mensen hebben vaak al zo weinig geld en dan moeten ze daarvan ook nog eens belasting betalen… Collier blijft er bij: “Het is goed als staten een belastingsysteem opzetten.”
 
Tijdens Colliers’ betoog over belastingen dwalen mijn gedachten af naar Gadaffi. Gadaffi was anderhalf jaar geleden mijn gastbroertje toen ik twee maanden bij hem en zijn familie in een Ghanees dorpje woonde. We zaten buiten op het erf op een bankje en hadden net ons avondeten op. Ik vertelde hem dat ik me er zo over verbaasde hoeveel kraampjes er overal langs de weg stonden met telefoonkaarten, mango’s, bananen, voetbalshirts, kranten, stoffen voor kleding, zakjes water, schoenen, gedroogde vis , noten. Je kan het zo gek niet bedenken of je kan het in Ghana langs de weg kopen. Toen ik zei dat je dat in Nederland helemaal niet zo hebt en mensen op andere manieren geld verdienen, keek hij raar op. Het gesprek ging verder en even later kwam hij erachter dat ik, en de rest van alle blanken, een deel van hun geld aan de overheid afstaan. Hij lachte me uit en was toch wel trots dat zijn moeder, die vaak stoffen langs de weg verkoopt, niet zo gek is om dat te doen. Ik probeerde uit te leggen dat het juist goed is dat ik belasting betaal omdat daarmee de overheid dingen betaalt die in het belang zijn van de bevolking. Dat ik alleen stem op politici die mijn belastinggeld goed gebruiken en dáárom politici verstandig omgaan met mijn belastinggeld. Gadaffi snapte het niet helemaal en bleef mij, geloof ik, toch een beetje onnozel vinden…

“Als inkomens stijgen, stijgt het aandeel wat de overheid krijgt ook. Dus zal de overheid wetten maken die economische activiteiten stimuleren”, vervolgt Collier zijn betoog.  Fantastisch eigenlijk, belasting betalen. Ik kan bijna niet wachten totdat die verfoeide blauwe envelop weer op de deurmat valt! Alhoewel…


McDonalds van de hulp

IS Online

Foto: Osiris Hoepel
Hoe ga je als buitenlandse hulpgever om met de eigen verantwoordelijkheid van ontwikkelingslanden? In een goed gevulde aula van de Vrije Universiteit gaf professor Paul Collier (Oxford) maandagavond tijdens een lezingencyclus van het SID (Society for International Development) goede en slechte voorbeelden van internationale samenwerking. “Wat arme mensen nodig hebben is onze kennis, niet ons geld.”

Paul Collier is een van de meest toonaangevende en gerespecteerde wetenschappers op het gebied van internationale samenwerking. Zijn voorlaatste boek ‘the Bottom Billion’ is tot standaardwerk uitgegroeid. Collier is hoogleraar Economie in Oxford en directeur van het Centre for the Study of African Economies en voormalig hoofd van de Development Reseach Group van de Wereldbank. Met grote stappen gaat Collier deze avond door de problemen van, maar ook de kansen voor, buitenlandse hulp aan ontwikkelingslanden. Grote stappen, maar wel in hapklare brokken en duidelijke taal.

Slechte voorbeelden
Een slechte voorbeeld van internationale samenwerking is volgens Collier het stellen van voorwaarden aan het beleid van het ontvangende land. Dat ondermijnt de verantwoording van de overheid ten opzichte van haar volk. “Een ramp”, aldus Collier. Ook begrotingssteun is gevaarlijk volgens Collier. Voor overheden dient het als vervanging van belastingheffing. En belasting heffen is belangrijk. Mensen houden er namelijk niet van om belastingen betalen. Dus worden mensen geprikkeld om hun overheid goed in te gaten houden waardoor overheden gedisciplineerd worden. Een ander voordeel van het heffen van belastingen is dat als inkomens van mensen groeien, overheden daarvan profiteren dus zal de overheid een rechtsstaat inrichten om economische activiteit te stimuleren. In Nigeria heeft Collier gezien wat er gebeurt als er geen belastingen worden geheven. “The more corrupt the local governor, the lower the local tax.”

Goede voorbeelden
Uit het slechte kan het goede groeien, meent Collier. “Duitsland is de best geleide economie van Europa omdat het de slechtst geleide was”, vertelt Collier. In de crisisjaren vernietigde de hyperinflatie de totale middenklasse. Om herhaling daarvan te voorkomen richtte men praktische instituties als een onafhankelijke centrale bank op. In Afrika proeft hij een vergelijkbaar sentiment over het eigen bestuur: ‘Dit nooit meer’: “Dat vang ik overal op het continent op.”.

McDonalds
De lezing van Collier mondde uit in een centrale stelling dat ontwikkelingslanden meer hebben aan onze kennis en ideeën dan aan ons geld. Ideeën scheppen economische kansen en zijn bovendien bijna altijd gratis. En met geld van eigen burgers in plaats van donorlanden moeten overheden verantwoording afleggen.

Wat voor rol rest er voor (Nederlandse) hulporganisaties? Volgens Collier zouden ze rechtstreeks door de overheden van ontwikkelingslanden gecontracteerd moeten kunnen worden. “Zuid-Sudan heeft veel inkomsten uit de olie, maar geen staatsapparaat om publieke diensten aan de bevolking te leveren. Daar zouden hulporganisaties een grote rol kunnen spelen. Nu hebben ze nog vaak een prachtig ingerichte boutiek, die weinigen helpt tegen hoge kosten. Maar ze moeten op grote schaal in basisbehoeftes kunnen voorzien. Ze moeten net als McDonalds een goedkoop basisproduct kunnen leveren.”
Als je het over McDonaldisering hebt, is de brug naar voedselzekerheid snel geslagen. Dat is een van de grootste uitdagingen waar Afrikaanse steden voor staan, aldus Collier. “Arme stedelingen in Afrika spenderen vaak de helft van hun inkomen aan voedsel. Als de prijzen stijgen, hebben ze dus minder te eten. En kinderen zijn dan vaak de dupe.” Collier weet wel oplossingen voor de voedselcrisis, maar vreest dat ze controversieel worden gevonden. De eerste is commerciële, grootschalige landbouw. Daarnaast de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen. Daar hebben veel mensen toch een vreemd gevoel bij. “Maar,” stelt Collier, “de enige reden waarom Afrika genetisch gemodificeerd voedsel bant is omdat wíj het doen…”
Er moet in ieder geval íets gebeuren, zegt Collier: “We kunnen ons geen langdurige voedselcrisis veroorloven.”

woensdag 2 februari 2011

'F*ck the freedom of speech'

IS Online

“F*ck the freedom of speech!” Chris schreeuwt het bijna door de lunchroom heen. Schaamtevol kijk ik naar de bezoekers om me heen. We zitten in een eetcafé niet zo ver van de plek waar Theo van Gogh is vermoord. Chris is een studiegenoot van me en komt uit Congo maar heeft het grootste deel van zijn leven in Rwanda gewoond. Ik heb hem net verteld over een artikel dat ik laatst schreef over de politiek gevangene Victoire Ingabire in Rwanda. Voor ik het goed en wel besef belanden we in een heftige discussie over de vrijheid van meningsuiting. “Niet iedereen kan zomaar zeggen wat ie vindt! Stel je voor…,” hoont Chris.

Victoire Ingabire woonde 16 jaar lang in Nederland en keerde ongeveer een jaar geleden terug naar Rwanda om mee te doen aan de presidentsverkiezingen. Maar ze kreeg geen toestemming om mee te doen en is in oktober vorig jaar bovendien opgepakt en zit nog steeds vast. Volgens de Rwandese autoriteiten wil ze een militaire tak van haar partij opzetten en geeft ze geld aan rebellen. Volgens haar advocaat is ze opgepakt om haar politieke ideeën. “Wat denkt ze wel niet? Ze kan niet zomaar na 16 jaar terugkomen en haar Westerse idee van vrijheid van meningsuiting projecteren op Rwanda!”, zegt Chris boos.

“Nou Chris, kom op”,zeg ik terwijl ik probeer de discussie wat te kalmeren, “ze zegt toch alleen maar dat Hutu’s ook slachtoffer zijn geweest tijdens de genocide en niet alleen maar daders? Ze ontkent niet dat er een genocide was. Dat is verboden in Rwanda. Ze nuanceert het beeld alleen.” Chris lacht me een beetje uit. “Maar op dat verhaal zit niemand te wachten. Rwanda moet opgebouwd worden en het is goed dat dit soort discussies niet toegestaan worden!”

Ik sta even met m’n mond vol tanden. “Maar…”, stamel ik. Ik kan m’n zin niet afmaken want Chris gaat door. “President Kagame heeft gelijk. Hier, in het Westen werkt het allemaal anders en hou ik van democratie. Maar in Rwanda heb je gewoon een strakke hand nodig.” Ik wil in de tegenaanval gaan, maar bedenk me. Ergens snap ik Chris wel. Rwanda heeft natuurlijk een bloedige geschiedenis en Westerse opvattingen, zoals vrijheid van meningsuiting en democratie, zijn dan misschien niet zo geschikt als ze in eerste instantie lijken. Het laatste wat Rwanda kan gebruiken is dat de vlam opnieuw in de pan slaat. Stabiliteit staat voorop.
Geen vrijheid van meningsuiting is de prijs die betaald wordt voor die stabiliteit. Een erg hoge prijs, maar wat is de prijs die betaald wordt als Rwanda zonder strakke hand geleid wordt? Dáár wil Chris liever niet over nadenken…

vrijdag 21 januari 2011

Martelingen, ontvoeringen en voetbal

IS Online

Ruud Gullit wordt trainer van Terek Grozny. Een onbekende voetbalclub uit Tsjetsjenië. De eigenaar van die club is helaas wat minder onbekend. Ramzan Kadyrov is een voormalig rebellenleider, president van Tsjetsjenië en één van de meest controversieelste mensenrechtenschenders van Europa.

“M'n verzekeringsagent belde me als eerste met de mededeling dat hij mijn
levensverzekeringspremie ging verdubbelen", grapt Gullit op de website Goal.com. Misschien is dat niet eens heel gek. "Er is […] geen twijfel in onze hoofden dat Kadyrov persoonlijk heeft deelgenomen in het slaan en martelen van mensen. Wat zij doen, is pure wetteloosheid. Om het nog erger te maken zitten ze ook achter mensen aan die onschuldig zijn, wiens namen werden gegeven door iemand die werd doodgemarteld, " zegt een onderzoeker van de NGO Memorial over Kadyrovs militie op Wikipedia.

De Duitse mensenrechtenorganisatie Gesellschaft für bedrohte Völker (GfbV) zegt in 2006 dat ongeveer 75% van alle ernstige mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië gepleegd zijn door de ongeveer 10.000 man tellende Kadyrovtsy. Deze paramilitaire groep onderleiding van Kadyrov bestaat inmiddels niet meer maar wordt vaak beschuldigd van het werken als een doodseskader en van ontvoeringen. In een rapport verklaarde de organisatie: "He and his henchmen spread fear and terror in Chechnya. They travel by night as death squads, kidnapping civilians, who are then locked in a torture chamber, raped and murdered." Het GfbV noemt Kadyrov een 'oorlogsmisdadiger’.

Fijne baas, die Kadyrov! Ik vraag me af of Gullit dit weet. Hoe is er op hem ingepraat dat dit recht te praten valt? Dat dit er niet toe doet als trainer? Met een flinke zak geld?
Maar iemand als Gullit hoeft het toch niet meer om het geld te doen lijkt me. “Ja, een beetje avontuur in het leven past bij me,” zegt de voormalig wereldvoetballer van het jaar ’87 en ’89 in de Telegraaf. Een beetje avontuur dus… Ik vind een avontuur bij een voetbalclub van een oorlogsmisdadiger op z’n zachts gezegd nogal een bizarre keus…

In de voetbalwereld kan dit allemaal. Maar als Gullit een ook maar een greintje moreel besef had gehad, dan was ie gewoon lekker met Estelle aan het zwembad gaan liggen!

maandag 3 januari 2011

Een nieuwe oorlog?

IS Online

Zuid-Sudan wordt binnenkort waarschijnlijk onafhankelijk. Op 9 januari is er een referendum waar een grote meerderheid naar verwachting voor afscheiding stemt. Het Noorden, met hoofdstad Khartoem, is hier absoluut niet blij mee. Het grootste land van Afrika valt dan in tweeën. Hoe komt dit, wat zijn de gevolgen en komt er een nieuwe oorlog tussen Noord- en Zuid-Sudan?

In 2005 werd er na een decennialange burgeroorlog tussen het Noorden en het Zuiden van Sudan een vredesakkoord getekend. Dit akkoord houdt onder meer in dat er een referendum komt waar de Zuid-Soedanezen bepalen of zij zich afscheiden. Nu het referendum steeds dichterbij komt, lopen de spanningen op…

Olie, water, en trots
Zuid-Sudan heeft enorm veel olie. Op radio 1 zei Afrika-correspondent Koert Lindijer: “De olievelden liggen goeddeels in Zuid-Sudan en met een onafhankelijk Zuid-Sudan raakt het Noorden dus miljarden aan inkomsten kwijt.”
Ook controle over Nijl-water dat door Zuid-Sudan loopt speelt mee. Egypte moet dan ook met Zuid-Sudan onderhandelen over de verdeling van het water. Daar heeft het geen zin. Via wiki-leaks bleek dat Egypte geprobeerd heeft om deze reden het referendum zes jaar uit te stellen.
Volgens Nico Plooijer van IKV Pax Christi is er ook nog een andere reden waarom het Noorden absoluut niet wil dat het Zuiden onafhankelijk wordt. En dat is trots. “De regering wil niet te boek staan als de verantwoordelijke voor het uiteenvallen van het grootste land van Afrika. Dat betekent voor sommigen dat ze een deel van het land weggeven.”

Beïnvloeding
De regering beïnvloedt daarom op alle mogelijke manieren het referendum. Deze week nog zei president Al-Bashir dat hij de Islamitische wetgeving sharia invoert als Zuid-Sudan zich afscheidt. “De sharia is er eigenlijk nu al. Maar beperkt,”zegt Nico Plooijer. De islamitische wetten die er nu zijn gelden niet voor niet-moslims. Bij een onafhankelijk Zuid-Sudan zal de Sharia voor heel Noord-Sudan gelden. Ook voor de zuiderlingen die daar wonen. “Het is dus een push voor hen om niet voor onafhankelijkheid te tekenen. Zo krijgen zij een identiteit opgedrongen.”
Veel mensen gaan uit van fraude tijdens het referendum. Mensenrechtenactivist Elgak uit Zuid-Sudan zegt in oktober in de Volkskrant dat de regering in oktober 2 miljoen zuiderlingen telde die in het Noorden wonen, en er mogen stemmen. Maar in april sprak de regering nog van 500 duizend zuiderlingen in het Noorden. “Ze hebben dus mensen paraat die voor eenheid gaan stemmen”.

Oorlog?
De regering in Khartoem gaat verder dan alleen fraude en druk op de bevolking. In augustus onderschepte het Zuid-Sudanese leger een helikopter met wapens afkomstig uit het Noorden. Ze waren bestemd voor rebellen die tegen de huidige regering in Zuid-Sudan vechten. Ook zijn er af en toe kleine aanvallen van het Noord-Soedanese leger in Zuid-Sudan en beschuldigt het Zuiden het Noorden van bombardementen afgelopen november in twee Zuidelijke provincies. Een Zuid-Sudanese politicus zei toen: “Het is duidelijk dat de regeringspartij in het Noorden naar oorlog streeft en het referendum wil saboteren.”
Komt die oorlog er ook? Velen vrezen van wel. Het is afwachten maar Nico Plooijer denkt dat het wel meevalt. “Het Noorden heeft de afgelopen jaren twintig jaar namelijk ook niet kunnen winnen…”

woensdag 22 december 2010

Linkse hobby's zijn ingewikkelde hobby's

Verslag van debat IS live
Gepubliceerd: 10 december, IS Online

Wat is er in godsnaam aan de hand in Nederland? We maken ons steeds meer druk om ons eigen hachje en minder om de armoede wereldwijd. Geloven we soms niet meer in ontwikkelingshulp en bestempelen we het daarom als ‘linkse hobby?’. Daarover ging de derde aflevering van de rondreizende talkshow IS live. Gastblogger Lindy Janssen doet verslag vanuit Tilburg. “Ik hoor maar weinig om vrolijk van te worden.”


Debatleider Ralf Bodelier laat met een lijst zien welke waarden Nederlanders belangrijk vinden in 2007 en in 2010. Waarden die ‘we’ in 2007 belangrijk vonden -zoals minder oorlog en terrorisme in de wereld, maar ook minder honger in de wereld – blijken we vandaag veel minder belangrijk te vinden. Goede gezondheidszorg en een goede oudedagvoorziening blijken dé belangrijkste vraagstukken te zijn waar Nederlanders zich druk om maken. Hoe kan dit? De antwoorden komen uit de zaal. “Er is onzekerheid door de bezuinigingen.” Eigen belang eerst dus. “Nederland is gedesillusioneerd in het buitenland en internationale instituties.” Veel dingen blijken ingewikkelder te zijn dan ze lijken.

Drastische gevolgen
Dat komt onder andere omdat bijvoorbeeld Afrikaanse systemen niet altijd worden begrepen, meent journalist Marcia Luyten, die zelf vier jaar in Uganda woonde. Daardoor slaat goed bedoelde ontwikkelingshulp nog wel eens de plank mis. En dan kan iets wat prachtig lijkt, in praktijk perverse gevolgen hebben.
In Uganda werd gratis basisonderwijs ingevoerd, mede dankzij de steun van Nederland. Een fantastisch idee. De gevolgen waren alleen minder fantastisch. Het lees- en rekenniveau dat kinderen hadden na zes jaar onderwijs bleek gigantisch gedaald te zijn ten opzichte van de periode dat onderwijs nog niet gratis was. Praktisch alle kinderen verlieten als analfabeet de basisschool. Bij een bezoek aan een school zag Luyten dat er maar liefst tweehonderd kinderen in één lokaal zaten. “De lerares paste er nauwelijks meer bij”, aldus Luyten. “Bovendien kan het de ouders weinig schelen. “Zij zien onderwijs vaak als een gratis dagopvang.”

Linkse hobby was rechtse hobby
Hulpinitiatieven worden vaak als ‘links hobby’ gezien. “Dat is historisch volkomen onjuist”, beweert hoogleraar internationale betrekkingen Duco Hellema. Ontwikkelingssamenwerking is in de jaren zestig van de vorige eeuw ontstaan als een brede coalitie waar met name de kerken en het bedrijfsleven, vanwege het bevorderen van de export, voorstanders van waren. “De linkse partijen van toen waren het meest kritisch. Ze hadden het over neokolonialisme.”
Jan Pronk was de eerste PvdA-minister voor Ontwikkelingssamenwerking en pas tijdens zijn bewindsperiode is het beeld gaan kantelen en ontstond het idee van een links georiënteerd beleidsterrein. Maar hoe kunnen we het imago van de hulp nu nog bijschaven? De sector is te lang te krampachtig geweest. Marcia Luyten heeft wel een verklaring hiervoor. “De ontwikkelingssector is erg slecht in het claimen van eigen successen. Aan de andere kant is er veel te weinig naar problemen gekeken.” Carin Boersma van Oxfam Novib is het met haar eens. “De successen worden niet getoond, maar de ingewikkeldheid ook niet,” voegt ze toe.

Noodhulp
Verder dan maar naar iets minder ingewikkelds: noodhulp. Geen politieke bijbedoelingen, geen onbedoelde drastische gevolgen maar gewoon mensen in nood helpen omdat ze het zelf niet meer kunnen.
Volgens hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw Thea Hilhorst is dit echter helemaal niet zo. “Noodhulp kun je niet scheiden van ontwikkelingssamenwerking. Die grens vloeit in elkaar over. Geert Wilders is tegen ontwikkelingssamenwerking, maar voor noodhulp. Ik denk dat-ie niet zo goed weet waar-ie het over heeft. Hij bedoelt waarschijnlijk grote natuurrampen. Maar in Uganda is er bijvoorbeeld een gebied dat al 46 jaar noodhulp krijgt, via het World Food Programme.”
Een probleem met noodhulp zou zijn dat het geld niet terecht komt waar het terecht zou moeten komen. Deze kritiek bestaat al lang, maar Haïti zou aantonen dat er echt niets verbeterd is in de loop der tijd. “Dat is simpelweg niet waar”, zegt Hilhorst met verheffing. “Het tempo van uitgeven is veel hoger dan bij andere rampen. Er komt wel degelijk hulp terecht.” Toch horen we in de media dat er maar 2 procent van het voor Haïti bestemde hulpgeld uitgegeven is. Hoe zit dat dan? “Dat ging maar om één organisatie”, zegt Hilhorst die dit in NOVA wilde uitleggen. “Maar toen hoefde ik niet meer te komen. Goed nieuws is geen nieuws.”

Als je het over kritiek op noodhulp hebt, moét je het over Linda Polman hebben. Haar grootste kritiek is dat noodhulp ook oorlogsmisdadigers voedt. Dat gebeurde bijvoorbeeld halverwege de jarenn negentig na de genocide in Rwanda. “Ze legt te makkelijk de schuld bij de hulporganisaties. Je wordt dan aanklager en rechter tegelijk”, zegt Hilhorst. “Hoe kun je onderscheid maken? Dan veroordeel je mensen tot de hongersnood!” Hilhorst geeft toe dat er wel dingen misgegaan zijn. “Er is ook in een later stadium, toen de situatie wat duidelijker was geworden, geen poging gedaan door wie dan ook om die moordenaars eruit te halen en op te pakken.”

Onbedoeld negatief
Ik hoor maar weinig dingen om vrolijk van te worden vanavond. Ontwikkelingssamenwerking en noodhulp zijn complex en daardoor zijn de gevolgen niet altijd te overzien. Deze gevolgen kunnen, zoals met het onderwijs in Uganda en de noodhulp na de genocide in Rwanda, onbedoeld negatief uitpakken. Dat is niet makkelijk uit te leggen aan een groot publiek. Het publiek in Tilburg heeft dan ook nog heel wat na te praten aan de bar, speciaal voor deze avond met biologische drankjes.

dinsdag 14 december 2010

Cancún: Media blunderen over juridische stappen Bolivia

Nieuwsberichten over de stap naar de rechter van Bolivia om afspraken in Cancún kloppen niet. Instituten worden door elkaar gehaald en kwaliteitsmedia nemen het klakkeloos over.

Op de klimaattop in Cancún is na lang zwoegen een akkoord bereikt. Bolivia vindt dat het akkoord niet volgens de juiste regeltjes tot stand is gekomen en stapt hierom naar de rechter. Maar naar welke rechter? Is het nou het Internationaal Strafhof of het Internationaal Gerechtshof? En welke afkorting hoorde nou ook alweer bij welk hof? Verschillende media blijken het niet te snappen.

Op de website van Trouw staat in een overgenomen ANP-bericht dat Bolivia naar het Internationaal Strafhof stapt. Hiervoor wordt de afkorting ICJ gebruikt. Dat is de afkorting van het Internationaal Gerechtshof, niet van het Internationaal Strafhof! Dat kort je af met ICC. Andere media nemen dit ANP-bericht ook over. Bijvoorbeeld BNR, de Telegraaf en de Volkskrant. In een ander bericht van de Volkskrant over de top in Cancún wordt wel de correcte afkorting voor het International Strafhof gebruikt. Maar bedoelen ze eigenlijk wel het Strafhof? Of toch het Internationaal Gerechtshof?

Wat maakt het uit?
Het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof zijn twee totaal verschillende instituten. Beiden houden zich bezig met recht, hebben een internationaal karakter, en zijn in Den Haag gevestigd, maar de verschillen zijn groot.
Het Internationaal Gerechtshof (International Court of Justice, ICJ) bestaat sinds 1946 en zit in het Vredespaleis in Den Haag. Het spreekt recht in geschillen tussen staten. Het berecht dus staten en geen personen. Ook geeft het advies aan de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad.
Het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, ICC) berecht wel personen. Het spreekt recht over genocide, misdaden tegen de menselijkheid, en oorlogsmisdaden. Het Internationaal Strafhof bestaat sinds 2002 en is de eerste rechtbank die personen hiervoor verantwoordelijk houdt.

Naar welk hof stapt Bolivia nu?
Bolivia stapt naar het Internationaal Gerechtshof en niet naar het Internationaal Strafhof zoals in het ANP-bericht staat. Dit geschil heeft helemaal niets te maken met de misdrijven waar het Internationaal Strafhof over gaat. Ook word er geen persoon aangeklaagd. Waarom de fout dan toch in nieuwsberichten terecht komt en iedereen het klakkeloos overneemt is mij een groot raadsel.
Het was even zoeken, maar uiteindelijk heb ik een nieuwsbericht gevonden zonder fout! Het stond op de website van Spits. Chapeau!

De rauwe werkelijkheid van Afrika

VersPers

Voor Serious Request van 3FM en het Rode Kruis bezocht Eric Corton de meest afgelegen en vergeten plekken van de wereld. Elk jaar ging hij naar een ander gebied dat door oorlog, armoede of ziekte getroffen was. In zijn schrijversdebuut ‘Wilde Wereld’, beschrijft Corton zijn zeer persoonlijke ervaringen in Darfur, Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Kenia. 


Op de achterflap van ‘Wilde Wereld’ prijkt een citaat van Claudia de Breij over het boek: “Ik heb Eric’s verhalen met tranen in mijn ogen gelezen. Zelden oorlog en ellende zo voelbaar op papier gezien, maar ook nooit eerder zo getroost door het oprechte engagement van de verteller.” 

Corton vertelt open en eerlijk over zijn onwennigheid in Afrika. Hoe ga je om met mensen die onvoorstelbare dingen hebben meegemaakt? Mensen die hun eigen familie hebben zien sterven of jonge meisjes die zwaar verminkt en bruut verkracht zijn door rebellen? Hoe gedraag je je als rijke blanke man in een vluchtelingenkamp dat door bijna de hele wereld vergeten is? Wat doe je als mensen bij je komen bedelen, omdat ze geen eten hebben voor hun kinderen en je ze niets kan geven, omdat er simpelweg te weinig is voor iedereen? Corton kan en wil dit niet accepteren en wordt boos.

Deze rauwe werkelijkheid lijkt niet iets om vrolijk van te worden. Dat is ook niet de bedoeling van het boek. Als Corton echter vertelt over het Congolese meisje Wivine, word je ondanks haar hartverscheurende verhaal af en toe opgebeurd. Wivine’s verhaal is vreselijk. Ze was vier en zag haar ouders en haar grote broer vermoord worden. Hierna was ze zo bang, dat ze twee weken in haar eentje in de jungle heeft gezworven tot iemand haar vond. Nu woont ze in een weeshuis. Als Corton haar daar opzoekt met zijn koptelefoon en microfoon fleurt ze eventjes helemaal op. Dit heeft ze nog nooit gezien en ze giert het uit van het lachen als ze haar eigen stem terughoort. Corton vertelt het zo meeslepend en geëngageerd dat je meteen van dit meisje houdt.

Het is te merken dat Corton zelf bij elk verhaal opnieuw geraakt wordt door de hardheid van het leven en dat dit hem erg aangrijpt. Zo ontmoet hij de zwaar verminkte jongen Leo op een parkeerplaats. Hij was voor dood achtergelaten door de rebellen en heeft helemaal niets of niemand meer. Geen familie, geen huis en geen eten. De jongen verdwijnt maar niet uit Corton’s gedachten. ’s Avonds gaat hij terug naar de parkeerplaats om de jongen –tegen de ongeschreven regels in- toch een paar dollar te geven. 

Corton brengt zijn angst over op de lezer als hij beschrijft hoe hij ’s nachts wakker wordt door blaffende honden en een schreeuwende stoet mensen. De bewakers zijn weg, misschien zijn ze gevlucht. Corton vreest een aanval van de rebellen. 

De lezer belandt elke keer midden in Afrika, midden in het verhaal en midden in de ellende. De opmerking van Claudia de Breij is terecht. Het is bijna onmogelijk en onmenselijk om niet geroerd te worden door het indringende verhaal van Corton. Het gaat door merg en been. Het komt keihard aan, maar is bovenal oprecht.

donderdag 25 november 2010

Verschil

Upact

Als journalist schrijf ik over oorlog, over mensen die elkaar vreselijke dingen aandoen. Ik schrijf op wat ik zie en hoor en ben daarbij zo kritisch mogelijk. Ik denk bijna nooit na welke consequenties dit voor mij zou kunnen hebben.
Mijn interesse in journalistiek is begonnen toen ik twee jaar geleden stage liep bij Radio Darfur.

Radio Darfur is een radiostation gemaakt voor en door Darfuri. Een radiostation in Soedan zelf is te gevaarlijk. Daarom zendt Radio Darfur, via de korte golf, vanuit een studio in Hilversum uit. Alle journalisten die voor het station werken komen uit Darfur en zijn speciaal voor Radio Darfur opgeleid. Toen ik daar stage liep kreeg een groep journalisten uit Darfur training in Hilversum.  Ze leerden onder andere interviewen en radioitems editten.
Eén van hen was Abdel. Hij was nog nooit buiten Afrika geweest. Ik haalde hem op van het vliegveld. Hij keek z’n ogen uit en vond het uitzicht vanuit de trein op de Bijlmer fantastisch. Niet alleen de Bijlmer verbaasde Abdel. Het was herfst en de bladeren van de bomen verkleurden en vielen op de grond. Later vroor het in Nederland en nog later begon het zelfs te sneeuwen! Abdel, en de andere Darfuri, wisten niet wat ze meemaakten.  
Na een aantal weken training ging een deel van de groep terug naar Soedan. Daar doen ze dagelijks verslag van de situatie in Darfur. Het radiostation is een groot succes. Zo’n succes dat in West-Darfur vlak na de eerste uitzendingen in december 2008 de prijs van een radio met 50% steeg! Elke dag luisteren er grote groepen mensen en bellen tientallen luisteraars, ondanks de hoge telefoonkosten, vanuit Darfur naar de redactie in Hilversum met tips en informatie. 

Het is niet voor niets dat het station in Hilversum gevestigd is. Persvrijheid is er niet in Soedan en de regering in Khartoem houdt niet van kritische journalisten. De journalisten die in Soedan voor Radio Darfur werken lopen een risico. Ze zijn constant op hun hoede en hun families maken zich vaak grote zorgen. Waar ik bijna nooit na hoef te denken over de consequenties van mijn werk en op wie of wat ik kritisch ben, denkt Abdel hier constant over na. Twee jaar lang ging het goed. Tot een aantal weken geleden…

Op 30 oktober werd Abdel, met acht andere mensenrechtenactivisten, gearresteerd. Sindsdien weet niemand waar hij is. Hij heeft geen contact gehad met zijn familie, een advocaat of de redactie in Hilversum. Met niemand. “We weten nog steeds niet waar hij zit,” zegt de Nederlandse hoofdredacteur Hildebrand Bijleveld bezorgd. Iedereen maakt zich zorgen over waar hij zit maar ook in welke omstandigheden. Volgens Bijleveld is het in Soedan vrij normaal om 40 man in één cel te stoppen waar ook nog iedereen z’n behoefte doet. “Andere mensen moeten je eten en drinken geven.” 
De aanklacht tegen Abdel luidt ‘misdaden tegen de staat’.  Maar het enige wat Abdel gedaan heeft is berichten over een oorlog. Over mensen die elkaar vreselijke dingen aandoen. Hij deed verslag van wat hij zag en hoorde en was daarbij zo kritisch mogelijk. Eigenlijk doet Abdel dus precies hetzelfde als ik doe.

Het enige verschil tussen Abdel en mij is dat Abdel journalist is in Soedan en ik in Nederland…