zondag 29 augustus 2010

Op zoek naar Joseph Kony

1 september 2010, VersPers


Het Internationaal Strafhof zoekt Joseph Kony; één van Afrika’s meest gevreesde en
wreedste rebellen. Ook journalist Matthew Green zoekt Kony. Omdat niemand eigenlijk precies weet wie Kony is en waarom hij nou oorlog voert wil Green het hem zelf gaan vragen. Makkelijker gezegd, dan gedaan. Kony is omgeven door de meest bizarre mythen die de ronde over hem doen. Zo zou hij door stemmen in zijn hoofd geleid worden. Hij is wreed, onberekenbaar, intrigerend maar vooral onvindbaar. Al jarenlang.

Het verzetsleger van de Heer, waar Kony de leiding over heeft, heeft duizenden kinderen ontvoerd die ze als kindsoldaten of als seksslaven gebruiken. Ze zijn erom berucht dat ze de oren van hun slachtoffers afsnijden en hun lippen met een hangslot dichtmaken. Green probeert Kony in het hart van de duisternis en ín het conflictgebied te vinden. Tijdens zijn zoektocht komt hij op het spoor van de werkelijke toedracht van het conflict in Uganda. Is Kony wel de meedogenloze psychopaat, die aangestuurd wordt door stemmen in zijn hoofd, of is hij slechts een figurant in een veel complexer drama?

Het vinden van Kony blijkt uiteindelijk niet het belangrijkste van het verhaal te zijn. Verschillende ontmoetingen met mensen rondom Kony, zowel zijn slachtoffers als zijn aanhangers, maken het daadwerkelijke verhaal.
Tijdens zijn zoektocht beschrijft Green op een heldere en duidelijke manier hoe het
conflict in Uganda is ontstaan. En dat is knap want het conflict in Uganda is, zoals gebruikelijk is in Afrikaanse conflicten, behoorlijk gecompliceerd.

Green duikt de geschiedenis in en zorgt er daarbij voor dat dit niet saai wordt. Hij sleurt je op een levendige manier mee in de geschiedenis van Uganda en daarmee in de geschiedenis van het huidige conflict.
Ook ontvouwt Green dat er veel meer achter de oorlog zit dan de wrede en bijna onmenselijke Kony. Green ontdekt dat het voor sommige machthebbers bepaalt niet slecht uitkomt dat Kony zijn strijd in Noord-Uganda blijft voeren. Zo kan president Museveni, bondgenoot van de VS en van Groot-Brittanië, zichzelf voordoen als de sterke leider dankzij wie het in Uganda relatief rustig is, in vergelijking met buurlanden als Soedan, Congo of Rwanda. Bondgenootschappen tussen Museveni en de opstandelingen in Zuid-Soedan enerzijds, en tussen Kony en de islamistische regering in (Noord-)Soedan anderzijds houden elkaar in evenwicht.
De strijd van Kony tegen Museveni heeft zijn wortels in een decennialang slepend en diepliggend conflict tussen het noorden en het zuiden van Uganda. Maar zolang Kony wordt voorgesteld als een levensgevaarlijke idioot kan president Museveni zijn pijlen richten op Kony, en kan hij op deze manier de onderhuidse spanning tussen het Noorden en het Zuiden van zijn land negeren.

President Museveni heeft bovendien ook ooit zélf een groot deel van de bevolking van Noord-Uganda, de Acholi, waar Kony van afkomstig is , uit hun dorpen verjaagd en in kampen ondergebracht. Door Kony blijvend voor te doen komen als psychopaat, verschuift de aandacht voor Museveni’s eigen misdaden. Wel zo handig natuurlijk.

‘De Tovenaar van de Nijl’ leest makkelijk, terwijl het redelijke complexe zaken uitlegt. Het is zowel een spanende zoektocht, als een interessante geschiedenis van een land en van een conflict waarbij oude tradities genoeg aandacht krijgen. De ‘Tovenaar van de Nijl’ mist niets voor wie wil weten wat er nou precies aan de hand is in Uganda en waarom. Dit boek is af. Een aanrader!

maandag 26 juli 2010

Verliefd

21 juli 2010



Honfleur, Normandië. Na 5 uurtjes rijden ben je er. Een schilderachtig Frans stadje. Rechtstreeks uit het allermooiste plaatsjesboek.
Een schattig haventje, oude scheve huisjes, smalle steegjes en een lekker zonnetje. Erg Frans en erg romantisch. In een zijsteegje strijken we neer bij een rustig restaurantje. Ik zucht diep. Ik ben verliefd. Op hem. Op Honfleur. Op Frankrijk. Op wie of wat? Wat maakt het uit? Geen zin in moeilijke vragen.

Daarom bestel ik het enige gerecht op de kaart wat ik niet ken, zonder te vragen wat het is. Tripes à la mode Caen. Even later komt le garçon met een prachtig opgemaakt bord met zalm, aardappelpuree en een enkele haricot verts en zet het bord voor mijn vriend. Daarna komt hij met een pannetje en zet dat voor mijn neus. Wat zou er in zitten? Ik haal de deksel er af. Een prutje van aardappel, wortel en wat ondefinieerbare stukken vlees. Enthousiast prik ik het ondefinieerbare vlees aan mijn vork. Het ziet er vreemd uit. Lichtgekleurd en een beetje rimpelig. Het smaakt naar, ja naar wat? Ook dat is ondefinieerbaar. Maar niet lekker. De stukken groenten en aardappel eet ik op maar het rare vlees vermijd ik toch een beetje. Ik doe de deksel weer op het pannetje en le garçon neemt het weer mee.

Even later komt hij terug met het dessert. Net als Amélie sla ik met de achterkant van mijn lepel op mijn crème brûlée. Ik zucht diep. Ik ben verliefd. Op hem. Op Honfleur. Op Frankrijk.

The Old Lady wants you to come...


6 juli 2009, Tamale Ghana

Ik ben in mijn kamer als er op de deur wordt geklopt. "The old lady wants you to come." Meer wordt er niet gezegd. Hoe ouder, hoe meer ontzag iemand heeft dus ik spoed me naar de compund, waar de old lady is. Of beter gezegd.. waar ik haar verwachtte.. "She is inside", zeggen de kinderen. Ehh.. maar daar was toch net iemand aan het bevallen? Twijfelend klop ik op de deur. Geen gehoor. Nog een keer. Iets in een taal die ik niet begrijp. "You can go in. It's ok," zeggen de kinderen. "Just go". Ik haal diep adem. Weinig keus...

Shit, wel m'n schoenen uitdoen! De nog net wel zwangere vrouw zit op haar hurken. Ze wordt overeind gehouden door m'n gastoma. Een andere vrouw, m'n gastmoeder, voelt of het kind al komt en drukt op de buik van de moeder. Ze gebaart naar een krukje waar ik moet gaan zitten. Ik loop er naar toe. Voor ik ga zitten wordt m'n kruk dichterbij de bevallende vrouw gezet. Kan ik het tenminste goed zien.. :S
De moeder begint lichtjes te kreunen. Tot nu toe had ze namelijk nog geen geluid gemaakt. Ik krijg een zaklamp in m'n hand geduwd zodat m'n gastmoeder haar handen vrij heeft om de baby te halen. Ik moet dus goed schijnen zodat ze goed kan zien wat ze doet. Nu MOET ik het zelf dus ook wel zien. Het is bloederig, smerig, vies en een jongen.
Hij leeft! Hij huilt! Ik lach!

Maar ik ben de enige. Verder zijn er weinig emoties. De navelstreng wordt doorgeknipt, de lakens opgerold, de baby genegeerd en de vloer schoongemaakt. Dan krijgt de moeder eindelijk in haar handen waar ze al de hele avond naar heeft verlangd...een bekertje half gevuld met water!!

De Boze Burger Ontrafeld

26 mei 2010, VersPers

Hoe komt het dat steeds meer Nederlanders de overheid, het politieke systeem en de maatschappelijke elite als vijand zien? Maarten van Rossem, tv-personality, historicus en Amerika-deskundige, geeft in zijn boek ‘Waarom is de burger boos?’ een helder en tevens gevat antwoord op deze vraag.

Volgens Van Rossem is de burger boos omdat hij zich zorgen maakt over de omvangrijke immigratie en de veronderstelde negatieve effecten daarvan voor de Nederlandse samenleving. Geheel in zijn bekende ontnuchterende, grappige en cynische toon legt Van Rossem deze bewering uit. Hij analyseert wanneer het populisme opkomt en op welke segmenten zij voortborduurt.

Nederland kent een geschiedenis van beleidsconsensus. Door de Paarse coalitie in Nederland, met name de samenwerking tussen de VVD en de PvdA, verdween de echte oppositie. Dit zou dan ook deels de opkomst van de SP verklaren. Na het vertrek van Bolkestein laat rechts dit stukje politieke speelveld liggen. Toch duurt het hierna nog even voordat de charismatische Fortuyn opkomt. Van Rossem legt helder uit hoe populistische leiders inspelen op sentimenten van ontevredenheid en wantrouwen uit de samenleving en hoe zij gebruik maken van de media. Evenals populisme vraagt de medialogica om theater en drama. Fortuyn bleek hierin een genie.

Van Rossem zit er niet verlegen om zijn mening over populisme en Fortuyn te delen. Die mening liegt er niet om. Hij verwijt Fortuyn de hele recente geschiedenis op z’n kop te gooien en niet goed na te denken. Hij zou gelegenheidsargumenten van de rommelzolder van de opiniepagina’s gebruiken. Met name met Fortuyns’ verwijt aan Paars één grote puinhoop van het land te hebben gemaakt wordt door PvdA-lid Van Rossem korte metten gemaakt. Volgens Van Rossem was ‘Paars’ juist een zegen voor het land. Paars voerde Nederland op verschillende terreinen de (Europese) ranglijsten aan. Van Rossem gaat uitgebreid in op Pim Fortuyn. Hij analyseert zijn leiderschap bij Leefbaar Nederland, de breuk daarmee en de opkomst van zijn eigen lijst, zijn dood en de teloorgang van de LPF.

Wat opvallend is is dat het boek, wat de ondertitel ‘over hedendaags populisme’ heeft, erg uitgebreid op Fortuyn ingaat en slechts tegen het einde pas enkele pagina’s aan Geert Wilders besteedt. Wilders is volgens Van Rossem, net als Rita Verdonk, een pseudo-Fortuyn en verkeert in een paranoïde waan. Doordat Van Rossem overdrijft in zijn beschrijvingen voor Wilders en zijn volgers ontstaat het gevaar dat de inhoud verloren gaat. Maar dit is niet het geval. Je kunt makkelijk op de vorm schieten. maar dan heb je de boodschap gemist.

Wie dit boekt koopt met het idee een analyse te krijgen waar de onvrede van de Wildersstemmers vandaan komt, komt ietwat bedrogen uit. Hedendaags populisme, zoals in de ondertitel vermeldt, is breder opgevat dan menigeen wellicht zou denken. Met name de onevenredige aandacht voor Fortuyn is opmerkelijk. De analyses over Fortuyn zijn scherp en goed onderbouwd.

Vooral voor mensen die het boek kunnen lezen met de stem van Van Rossem in het achterhoofd, is het zeer geslaagd. Van Rossem is grappig, scherp en genadeloos. Zoals de lezer van hem kan verwachten.

Het ontbreekt de Nederlandse vrouw aan ambitie

30 december 2009, VersPers

Het old-boys-network verhindert dat vrouwen de top bereiken. Bovendien is de kinderopvang te duur en werken vrouwen dus in deeltijd en verdienen (ten onrechte) minder dan mannen. Dit zijn veelgehoorde statements waar Marike Stellinga in ‘De mythe van het glazen plafond’ keihard mee afrekent.

Stellinga schrijft als redacteur van Elsevier al jaren over emancipatie-issues en vrouwen aan de top en is hierdoor gewend aan heftige kritieken vanuit, met name, de feministische hoek. In ‘De mythe van het glazen plafond’ komt ze met harde tegenargumenten onderbouwd door verschillende onderzoeken. Kort gezegd komt het er op neer dat het De Nederlandse Vrouw ontbreekt aan ambitie. Vrouwen hebben geen topfunctie omdat ze die simpelweg niet willen. Ze zijn gelukkig met een parttime baan en hun fulltime werkende, carrière makende man.

Goede deeltijdbanen

Dat Nederland er niet al te best voor staat in internationale (Europese) lijstjes komt voor een groot deel door het unieke deeltijdklimaat van ons land. Er is hoogwaardig deeltijdwerk te vinden en kleine banen betalen relatief goed. Nederlandse werknemers hebben het recht hun werkweek te verkorten en dat is uniek in Europa. Andere Europese vrouwen zouden ook graag minder willen werken, maar kunnen dat niet omdat deeltijdbanen slecht verdienen en ze hiermee vaak hun pensioenrecht verspelen.

Veel feministen verwijzen graag naar Scandinavische landen waar het een paradijs zou zijn voor de vrouw. Stellinga gaat daarom naar Noorwegen om te kijken in hoeverre dit klopt. In Noorwegen is sinds 2008 een quotum voor beursgenoteerde bedrijven. Zij moeten hun raad van commissarissen voor ten minste 40 procent uit vrouwen laten bestaan. Stellinga wijst erop dat sinds de invoering van het quotum elke nieuwe plek door een vrouw is opgevuld. Daardoor krijgen mannen dus geen kans meer.

Al deze vrouwen zijn redelijk jong en hebben dus weinig ervaring. Zo worden de mannen met ervaring overgeslagen. Bovendien zegt Stellinga dat sinds het quotum van kracht is 167 van de 600 bedrijven in Noorwegen de beurs hebben verlaten.

Voorbarige conclusies

Stellinga haalt veel clichés over emancipatie, quota en De Nederlandse Man onderuit omdat zij gestaafd zijn op voorbarige conclusies en op conclusies die geredeneerd zijn naar een gewenste uitkomst. Toch maakt Stellinga zichzelf hier ook schuldig aan. Bij geen van de bedrijven die zich teruggetrokken hebben van de beurs is gevraagd naar de reden van terugtrekking.

Ook is het opvallend dat elk bewijs voor het bestaan van een glazen plafond of van stelselmatige achterstelling van vrouwen vrij hard wordt weerlegd. Enige nuance zou hierbij het totaalbeeld krachtiger maken. Tegen het einde van haar boek komt gelukkig wel bondig een aantal theorieën aan bod van feministen die het tegendeel beweren.

Feit blijft dat haar boek een ontzettende ontkrachting is van jarenlange dogma’s. Dat is gedurfd. En misschien moet je dat dan maar hard brengen. Met veel clichés wordt keihard afgerekend. Dit boek is niet alleen een must-read voor mensen die toch al Stellinga’s gedachtegang volgen.

Eigenlijk is vooral het een must-read voor de feministen die de clichés waar Stellinga mee afrekent (nog steeds) in het debat brengen. Want, zo betoogt Stellinga, vrouwen zijn helemaal niet zielig of achtergesteld en krijgen misschien juist wel meer kansen dan hun mannelijke collega’s. Ze kunnen bereiken wat ze willen. Bovendien zijn vrouwen zeer gelukkig met hun eigen situatie. Dus waarom veranderen? Hét glazen plafond bestaat niet!

Internationaal verdrag voor wapenhandel op komst

19 oktober 2009, VersPers

Wapenhandel is voor veel landen een levendige industrie, zo ook voor Nederland. In Europa is de wapenhandel inmiddels gereguleerd door een verdrag. Een internationaal verdrag is nu op komst. Met name de Verenigde Staten (VS) zullen hier niet zonder voorwaarden mee akkoord gaan.

Nederland staat in de internationale top vijf als het gaat om wapenexport. Die wapenhandel is dan ook aan strenge regels gebonden. Zo heeft een land, volgens de Verenigde Naties (VN), recht op zelfverdediging en recht op wapens voor die verdediging. Wapenhandel is geenszins per definitie illegaal.

Toch mag een land niet zomaar met iedereen in wapens handelen. Zo moet er onder andere duidelijk zijn wat de consequenties zijn voor de nationale veiligheid en wapens exporteren naar een schurkenstaat is niet toegestaan. Toen in 1992 de interne markt in Europa werd vrijgegeven zorgde dit voor problemen. Niet alle Europese landen hadden dezelfde regels voor wapenhandel en sluiproutes werden op deze manier mogelijk gemaakt. Een Europese gedragscode maakte hier een eind aan. Landen moeten verantwoorden waarom zij wel met een bepaald land wapens exporteren, waar andere Europese landen redenen zien dit niet te doen.

Onderhandelingen

Handelen met bedenkelijke regimes is dus mogelijk maar het levert wel behoorlijke imago schade op. In Europa zijn er de nodige beperkingen gesteld. Dit is niet overal zo. Hoe kan het bijvoorbeeld dat in Somalië wapens in overvloed zijn, terwijl er in het hele land geen enkele wapenfabriek is? Daarom wordt er al tijden, tot op VN-niveau, gesproken over een internationaal verdrag dat ervoor moet zorgen dat wapenhandel gereguleerd en onverantwoordelijke handel voorkomen wordt. Met name de VS, onder het Bush-regime, lagen tot voor kort dwars. President Obama heeft nu toegezegd zo’n verdrag wel te zien zitten. Formele onderhandelingen over een verdrag over wapenhandel lijken dus erg dichtbij te komen.

Deze maand is er een top begonnen tussen verschillende overheden waar besloten zal worden of de formele onderhandelingen kunnen beginnen. Het overleg zal vier weken duren. Hierna moet er meer duidelijkheid zijn over of de onderhandelingen kunnen beginnen en onder welke voorwaarden. Amnesty International en Oxfam International zijn echter niet blij met de toenadering van de VS. De VS stellen namelijk een belangrijke voorwaarde voor de onderhandelingen. Zij willen dat elk land veto-recht krijgt om het verdrag te verwerpen. Hiermee dreigt het gevaar dat de onderhandelingen vastlopen, aldus de mensenrechtenorganisaties.

Politiek spel doet geruchten stammenconflict oplaaien

15 september 2009, VersPers


Twee mensen vermoord en twee gewonden. In Bawku, een regio in het uiterste Noord-Oosten van Ghana is de geruchtenstroom sinds twee weken weer op gang gekomen. Hebben de gewelddadigheden iets te maken met het al jaren slepende stammenconflict?

Bakwu is op het eerste gezicht een normaal en vredig stadje; jongens op brommers rijden door de straten en vrouwen stallen hun koopwaar langs de weg. Erg rustig. Echter, als je iets beter kijkt zie je een legertruck, wat militairen en af en toe een kogelgat in een huis. Hier in het Noord-Oosten van Ghana, in de grensregio Bawku, leven sinds mensenheugenis de leden van de Kusasi-stam. Toen zij, zo'n 150 jaar geleden, een conflict kregen met een stam uit Burkina Faso, schoten de leden van de Manprusi-stam uit het zuiden hen te hulp. Sommigen van die Manprusi bleven, nadat de oorlog voorbij was, in de regio rond Bakwu wonen. Deze 'nieuwe' bewoners vormen daar een kleine minderheid die nu nog steeds in groepen, gescheiden van de Kusasi, leven.

Toen de Britten halverwege de vorige eeuw uit Bawku vertrokken droegen zij het koloniale gezag over aan de Manprusi-minderheid. Volgens de traditie kent de meerderheid van de oorspronkelijke Kusasi-stam geen centraal gezag. Maar met de onafhankelijkheid van Ghana in 1957 namen de Kusasi de macht in de regio over. Sindsdien laaien de conflicten tussen beide groepen regelmatig op.

Desalniettemin was het de laatste jaren betrekkelijk rustig tussen beide groepen. Op de achtergrond speelde wel een juridische strijd. In 2003 besloot het Hooggerechtshof in Ghana dat de leiding over het gebied definitief naar de Kusasi-stam gaat. Darrop kwam het tijdens de verkiezingen in 2008 weer tot ongeregeldheden. Politici probeerden te scoren met het stammenconflict, daardoor liepen de spanningen op. Zo waren ten tijden van de verkiezingen aan beide kanten ongeregeldheden waarbij meerdere mensen de dood vonden. Een definitieve oplossing voor het conflict, en ook de verkiezingsuitslag uit 2008 zijn tot op heden nog ver te zoeken.

De Municipal Director van de Bakwu behoort zelf niet tot één van de rivaliserende bevolkingsgroepen. Hij is van mening dat er overdreven op het conflict wordt ingezoomed. “Er is hier inderdaad wel eens een ruzie, maar dat is er in ieder land toch wel eens? Als er dan toevallig ruzie tussen een Kusasi en een Manprusi is, wordt er hier gezegd dat er sprake is van een conflict en durft niemand hier meer te komen", zegt de man lachend van achter zijn statige bureau." Hij benadrukt dat er niets aan de hand is in zijn gemeente. De avondklok die ingesteld werd tijdens de ongeregeldheden in 2008 is echter nog steeds van kracht. Maar de Municipal Director reageert afwijzend: “Ooh, die avondklok, ja die is gewoon nog niet afgeschaft. Daar zijn we nog niet aan toe gekomen. Maar er is nu geen reden meer om die te hebben."

Zo’n twee weken geleden laaide het aloude conflict toch weer op. Er werd gespeculeerd over een zetel in het nationaal parlement die zou vrijkomen voor een afgevaardigde uit de regio. Het bericht is tot op de dag van vandaag nog niet officieel bevestigd, maar toch wordt er door de lokale partijen al wel actief campagne gevoerd. Deze politieke strijd die normaal gesproken altijd ontstaat als er een parlementszetel vrijkomt, kan in Bawku heel makkelijk ontaarden in een etnische strijd.

Waarzeggers en andere foute mannen


28 juli, 2009, Tamale Ghana

Tijdens het avondeten, wat zoals elke avond bestaat uit smaakloze TZ met een vaag soepje, vertel ik Gadafi dat de Ghanese vriend van mijn vriendin haar heeft laten zitten. Ze zouden samen naar de watervallen gaan maar het gaat opeens niet door en hij neemt z'n telefoon niet meer op. Gadafi waarschuwt me (voor de zoveelste keer) voor sommige Ghanese mannen. Hij zelf is niet zo verzekert hij me (ook voor de zoveelste keer). Maar er zijn sommige Ghanese mannen die niet altijd goede intenties hebben. Sommigen, bijvoorbeeld, vallen alleen op blanke vrouwen omdat ze geld hebben (Echt?!?).

Soms zelfs kan een man naar een waarzegger gaan. Die kan hem dan een bepaald soort medicijn geven wat hij stiekem door het eten van de vrouw doet. Door dit slechte medicijn doet zij dan alles wat hij wil. Ik vraag of vrouwen dit ook wel eens bij hun man doen. "Hahaha, vrouwen zijn nog veel erger. Die doen het veel vaker!", lacht Gadafi en ik lach mee. "Bijvoorbeeld die keer toen mijn zus geslagen werd door haar man", vertelt Gadafi verder zonder emotie. "Wat?!", zeg ik, "Slaat hij haar?!?" "Ja, een keer" zegt Gadafi en wil verder gaan met zijn verhaal. "Maar,stamel ik, dat moet ze niet tolereren." Nee ze kwam ook naar huis. Toen kwam haar man, bood z'n excuses aan en ze ging weer met hem mee. Ik zeg tegen Gadafi dat als mijn vader dat bij mijn moeder zou doen ik, ik hem nooit meer zou hoeven zien. Gadafi antwoordt: "Maar de man van mijn zus kon er niets aan doen. Wat ik je wilde vertellen is dat het kwam doordat de tweede vrouw van haar man jaloers is en dus een slecht medicijn in het eten van haar man had gedaan.Door dat medicijn ging hij dus slechte dingen doen naar z'n eerste vrouw."
Aha, stamel ik, niet overtuigd van zijn verhaal.
Ik zeg nog eens dat mannen die hun vrouw slaan heel slecht zijn. Gadafi knikt. Hij zou dat zelf ook nooit doen. Maar ja, deze jongen is ook echt Roomser dan de Paus, of in dit geval: heiliger dan de profeet.. God ziet namelijk alles, dus als dan de Dag des Oordeels komt zou ie de klos zijn..

Ik ben nog steeds ontdaan van deze plotselingen onthulling, maar Gadafi vertelt verder over de waarzeggers. Zo moet je niet tegen anderen vertellen wat een waarzegger je voorspelt heeft. Je vijand zou er dan voor kunnen zorgen dat hetgene wat voorspeld is niet gebeurt. Dat mijn vriendin mij dus verteld heeft dat haar een auto te wachten staat is dus helemaal niet verstandig! Hij drukt me op het hart om dus tegen niemand te vertellen wat de waarzegger mij morgen gaat vertellen...

De volgende dag zeg ik tegen Gadafi dat mijn vriendin er gewoon bij mocht zitten toen de waarzegger mijn toekomst aan mij vertelde. Ook hoefden wij geen offer te brengen of ritueel uit te voeren, wat gebruikelijk is. Bovendien sprak ie vloeiend Engels. "Misschien was het niet een echte waarzegger", oppert mn broertje. Dat dachten we zelf ook al, helemaal toen we erachter kwamen dat een andere vrijwilliger precies dezelfde toekomst voorspeld heeft gekregen als mijn vriendin!

Dus dat ik 90 jaar word, 4 kinderen krijg (2 jongens en 2 meisjes), m'n ex me terug wil en ik niet meer ziek word in Ghana zal dus allemaal wel niet kloppen! Kan ik het ook gewoon opschrijven!

Gister heeft Gadafi me naar een 'echte' waarzegger meegenomen. Je begrijpt natuurlijk wel dat ik hier verder niets over kan zeggen...

Welcome Home!

Zondag 12 juli 2009, Tamale Ghana

Het is het gesprek van de dag. Zelfs in Tamale, wat als je geluk hebt slechts 12 uur rijden van Accra is, lopen mensen met shirtjes van hun Afrian Brother. Van DJ Carlos heb ik ook een prachtig shirt gekregen.
Vanavond landt Barack Obama, met vrouw en kinderen, in Accra.
Het is zijn eerste bezoek aan Afrika. Iedereen is opgelaten.
Zijn bezoek aan Egypte laatst telt namelijk niet. Dat is geen Black Africa en bovendien waren Michelle en zijn kinderen daar niet bij en heeft hij er niet overnacht.

Het is vrijdagavond wanneer Muhammed zijn vriendje Gadafi (mijn gastbroertje) belt. We moeten komen want Obama is net gelandt. We gaan! Onderweg zien we in elk huis wat een TV heeft, een kamer vol mensen.
Er worden videoclips vertoond. Speciaal gemaakt voor deze dag. Welcome Home, We love Obama, He is our African Brther... en meer van zulke teksten.

Onderweg heb ik Gadafi vertelt wat ik vandaag op het nieuws hoorde. Nigeria en Kenia zijn stikjaloers op Ghana. Nigeria is het dichtsbevolkste land van Afrika en vond dat zij recht hebben om Obama te ontvangen. Kenia had uiteraard ook graag hun kleinzoon verwelkomd. Maar Ghana is het land van Good Governance en het voorbeeld voor de rest Afrika ( Volgens de krant dan) dus Obama koos Ghana. Gadafi buldert van het lachen. Met deze boodschap is z'n Ghanese ego op z'n minst een maand gestreeld..

In november tijdens de verkiezingen die ik in Nl. volgde was ik echt helemaal klaar met de Obama-hype. Iedereen was zo idolaat... terwijl hij nog niets gepresteerd had!
Ja, hij is zwart. So what? Dacht ik. En eigenlijk is ie dan ook nog niet eens echt zwart...

Maar als ik deze mensen hier zie... Wat voor power het ze geeft dat de VS een zwarte president, met Afrikaanse roots, hebben. Hoe blij ze zijn... Dan is echt helemaal niets overdreven aan alle Obama-idolatie!

Van de speech die hij zaterdag aan de Afrikaanse bevolking gaf heb ik niets meegekregen. Dat hebben de meeste mensen hier niet. Dat maakt ook geen donder uit. De belangrijkste boodschap is namelijk al gegeven: Afrika telt!

YES WE CAN!!!