dinsdag 24 mei 2011

Onze dagelijkse oorlog

Youngmindz

De Arabische Lente begon op 17 december in Tunesië. Groenteverkoper Mohammed Bouazizi stak zichzelf in brand. Hij deed dit uit frustratie over zijn leven en omdat hij geen kansen had op een betere toekomst. Zijn frustraties deelde hij met veel jongeren in zijn land en een massale opstand was het gevolg. Het bleef niet bij Tunesië. Jongeren in zo’n beetje de hele Arabische wereld herkenden de frustraties en het gebrek aan kansen van de jongeren in Tunesië. Dus ook zij gingen de straat op en eisten veranderingen en vaak het aftreden van de leider van hun land.

De bekendste hiervan zijn de opstanden in Egypte en momenteel in Libië. Heftige beelden hebben we gezien op en rondom het, inmiddels bekende, Tahrirplein, in Cairo. De beelden van gevechten tussen de rebellen en het leger van Khaddafi uit Libië zijn nog heftiger. Daarom ging de rest van de wereld zich ermee bemoeien. Frankrijk en Groot-Brittannië drongen aan op militaire acties. En die kwamen er. En zijn er nog steeds. Dagelijks worden Libische doelen gebombardeerd of beschoten en vechten de rebellen in de straten met het Libische leger.

En om eerlijk te zijn, ja dat is heel erg maar het wordt een beetje saai. Om elke avond opnieuw op het journaal beelden te zien van gevechten in weer dezelfde stad, bombardementen op weer dezelfde stad. Soms een andere stad, maar het verschil is toch niet te zien. De gevechten in Libië, ‘onze’ dagelijkse oorlog, gaan maar door en het einde is volgens mij nog lang niet in zicht. En dan heb je ook nog Syrië. Ook daar loopt het ontzettend uit de hand. Dagelijks heftige gevechten. Doden. Gewonden. Gevangen en vluchtelingen. Vreselijk. Heel erg vreselijk.

Ik volg nu al bijna en half jaar de Arabische Lente. En ik schaam me om dit te zeggen, maar het wordt dagelijkse kost om de nare beelden te zien en de hartverscheurende verhalen te lezen of te horen. Het is niet nieuw meer. Dus het komt minder hard aan en ik vind dat eigenlijk heel erg. Want in Syrië gebeuren terwijl jij dit leest één van de heftigste protesten sinds de Arabische Lente half december begon. Maar alléén omdat ze de zoveelste in de rij zijn doet het me veel minder dan de protesten die aan het begin van de Arabische Lente plaatsvonden. Dat is toch wrang. Logisch misschien, maar toch…

Heb jij dit ook? Maak jij je eigenlijk nog écht druk om Syrië? Laat het me weten! Want als ik niet de enige ben voel ik me misschien een heel klein beetje minder schuldig hierover.

woensdag 18 mei 2011

Vierhonderacht uur

YoungMindz

Vierhonderdacht uur: dat is tweeënhalve week of zeventien dagen.  Belooft de fabrikant.  Het staat op de site. En de verkoper zegt het ook. “Mooi!”, dacht ik. Goeie deal! Doen dus…  Een paar klikken maar en het was al geregeld. Super blij was ik toen de postbode eindelijk mijn felbegeerde pakketje kwam brengen.  Een gestroomlijnd mooi  design. Erg makkelijk in het gebruik. En ja, natuurlijk die vierhonderdacht uur.


Een paar maanden later. Ik ken mijn smartphone als mijn broekzak of eigenlijk als mijn handtas, want zo’n Blackberry past nauwelijks in de zak van mijn spijkerbroek. De eerste euforie weg. Nee, niet vanwege het formaat. Dat is wel stijlvol en het past ook bij een smartphone. Maar die beloofde vierhonderdacht uur! Wat een onzin zeg… Tweeënhalve week zonder je Blackberry op te laden. Laat me niet lachen! Als je hem tweeënhalve week niet aanraakt en op je nachtkastje laat liggen, dan misschien. Maar zelfs dát geloof ik niet!

Een voorbeeldje. Gewoon een gemiddelde dag uit mijn leven. ’s Ochtends vroeg. De wakker gaat. In het donker probeer ik m’n Blackberry te pakken. Nog even snoozen. Vijf minuten later. Nog héél even snoozen dan…  ok, opstaan! Eerst even kijken of ik gisteravond en vannacht nog mail heb gekregen. Daarna het nieuws checken. Nu snel opstaan, douchen, aankleden en ontbijten. En ondertussen Facebook.  Of Twitter. Of allebei.  Op weg naar de trein om te werken of naar college te gaan. Foursquare doet mee.  Via Twitter even wat links bekijken die me interessant lijken. De treinreis vliegt voorbij zo.

M’n werk is best saai vandaag. Dus ik refresh m’n Facebook. En daarna kijk ik of er nog ‘breaking news’ is. Niets! Misschien valt er op Twitter nog wat te beleven… oh een mailtje. Even snel beantwoorden. Gelukkig, ik mag weer naar huis. Shit, vertraging met de trein. Even ‘9292’ checken hoe ik nu thuis kom. Wel zo makkelijk. Daarna bel ik een vriendin of we vanavond samen eten. Het gesprek duurt de hele treinreis. Zoals altijd.

Zo’n dag vreet energie. Niet voor mij. Voor m’n Blackberry. Maar m’n oplader zit standaard in het stopcontact. Geen probleem dus. Geen probleem? Wacht eens… dit was slechts één dag en geen zeventien zoals mij was beloofd! Ik moet m’n telefoon bijna elke avond opnieuw opladen. Dat is toch geen doen?!

zondag 1 mei 2011

Blood in the city


IS Online

Afgelopen vrijdag zat ik zoals vaker op internet te surfen. Via  Twitter werd ik overspoeld met meningen over de trouwjurk van Kate Middleton. Ook maakten veel mensen zich al op voor Koninginnenacht. Ik ging zelf ook alvast kijken waar de leukste bands zouden spelen en naar welk feest ik wilde gaan.
Toen viel mijn oog op een twitterbericht van Rosebell. Rosebell komt uit Uganda en ik ontmoette haar ongeveer een half jaar geleden in New York waar we beiden verslag deden van een VN-top. Die week trokken we vaak samen op en sindsdien houden contact via Facebook en Twitter.
Ze tweette: “Hearing bullets from my office in Kamwokya #walk2work” . Kamwokya is een wijk in Kampala en Walk2work een al meer dan twee weken durende campagne  van de Ugandese oppositie. Uit protest tegen de hoge benzineprijzen lopen zij naar hun werk. De overheid is het hier niet mee eens en pakt de oppositieleiders en demonstranten op.  Zachtzinnig gaat dit niet want de afgelopen dagen zijn hier al enkele doden bij gevallen.
Afgelopen vrijdag liep het compleet uit de hand. Oppositieleider Besigye die al twee keer opgepakt werd, was op borgtocht vrij. Donderdag werd hij op brute wijze opnieuw gearresteerd. Het raam van zijn auto werd ingegooid en van dichtbij werd hij met traangas uitgeschakeld. Hierna wordt hij ruw in een pick-up truck gegooid.



“More bullets in Kamwokya and we all duck under our tables #walk2work” luidt het volgende twitterbericht van Rosebell.  Zo’n beetje elke minuut stuurt Rosebell verontrustende berichten de wereld in.  Het schieten houdt niet op, lichamen liggen op straat, politiemensen worden verbrand of vermoord…
“Blood blood in the city!!! RT @bbandac:Iin Kyambogo people are killin police men with knives, journalists sent away. #walk2work”  Hierna moet ik helaas weer aan het werk en kan haar updates niet meer van minuut tot minuut volgen. De leukste bands en feestjes op Koninginnenacht heb ik ondertussen ook gevonden dus een paar uur later struin ik de vrijmarkt af en geniet van de vele bandjes in de stad. Mijn avond was super, maar hoe zou die van Rosebell zijn geweest?

dinsdag 19 april 2011

The true size of Africa

I just found this picture on the web and want to share it with you.
Click on this link for a full image

Er gaat niets boven de stad

Youngmindz

Ik ben opgegroeid in een klein en rustig dorpje. Eén supermarkt, één groenteman, één kledingwinkel, en één basisschool. In de zomer is het er heerlijk; lekker zwemmen in de natuurplassen in de polder of met je vriendinnen kamperen in de boomgaarden. In de winter kun je, als het weer meezit tenminste, lekker schaatsen! Iedereen kent er elkaar, het is er vertrouwd en bovendien supergezellig!

Maar een middelbare school was er niet. Een kroeg ook niet. Daar moest ik een half uur voor fietsen. “Dat is gezond”, vonden mijn ouders. “Dat is vermoeiend en ver”, vond ik. Daarom ging ik meteen nadat ik mijn diploma gehaald had in ‘De Grote Stad’ wonen. Kroegen op loopafstand, zoveel kledingwinkels dat ik aan een dag shoppen nauwelijks genoeg heb en zwemmen en schaatsen kan hier het hele jaar door! En oja, studeren kan ik er ook nog! Mn buren ken ik niet maar dat vind ik eigenlijk wel prima. Het is hier in de stad namelijk nóg gezelliger dan in het dorp waar ik vandaan kom!

M’n ouders wonen nog steeds in het dorp waar ik vandaan kom dus ik kom er nog regelmatig. Ik kan me niet meer voorstellen dat ik daar zou wonen, maar ik zie genoeg oud-klasgenootjes die er nog steeds wonen. Voor mij gaat er niets boven het leven in de stad, maar wat vind jij? Woon jij liever in een dorp of in de stad?

maandag 4 april 2011

Een popidool…

IS Online

In de foyer van het Haagse Spuitheater wacht ik samen zo'n honderd andere studenten totdat we hem eindelijk ontmoeten. Een beetje spannend is het wel. Zo vaak krijg je niet de kans om hem in het echt te zien. Op de rij achter mij belt een opgelaten studente nog snel met vrienden: “You réálly have to come, we're gonna meet him!” Het wachten duurt nu wel erg lang. Eindelijk komt er iemand het podium op. “Hij is gearriveerd, maar moet nog een belangrijk telefoontje plegen. Nog tien minuten geduld dus...” Pfff... bekende mensen komen altijd te laat!

Dan beklimt hij eindelijk het podium: Luis Moreno-Ocampo. Wie? Moreno-Ocampo is de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof. En een ‘naam’ binnen het wereldje van mensenrechten, oorlog en internationaal strafrecht. Bijna nóóit geeft hij een lezing. Maar vanmiddag wel! En ik ben er bij…

Maar waar heeft deze man het dan over? Over veel dingen kan hij niets zeggen omdat hij er geen jurisdictie over heeft. Zoals waarom Bush niet vervolgd wordt voor misdaden in Irak. De VS zijn geen partij bij het Internationaal Strafhof. Aan Moreno-Ocampo vragen Bush te berechten zou volgens hem dus hetzelfde zijn als een Nederlandse rechter vragen om recht te spreken in Mongolië... Een ingestudeerde grap waarschijnlijk, maar kritiek op het Internationaal Strafhof wuift
hij zo makkelijk weg! Hetzelfde voor Iran. Waarom doet hij daar niets aan? “Ik kan niets doen, tenzij er een verwijzing van de VN Veiligheidsraad komt.” Het is de waarheid, maar het is ook wel makkelijk om alles meteen op anderen te schuiven.
Andere zaken waar hij wel over kan praten, vindt hij simpelweg “difficult”. Zoals het gevoel van slachtoffers als in lokale rechtspraak de lager gerangschikte daders vaak de doodstraf krijgen en de verantwoordelijke ‘masterminds’ van een slachting of genocide ‘slechts’ levenslang krijgen bij het Internationaal Strafhof. Hij zucht: ”Yeah, that’s difficult…”

De tijd vliegt voorbij! En als de masterclass met Moreno-Ocampo dan echt voorbij is en hij het podium afloopt, wordt hij belaagd door studenten. Iedereen wil hem nog wel wat vragen. Geen kritische vragen over de zaak tegen de Soedanese president Al-Bashir, geen kritische vragen over Libië. Nee, de studenten vragen heel andere dingen: “Can I please take a picture with you?”
Hij voelt zich een beetje opgelaten, maar gaat met iedereen op de foto. “Jeetje, hij lijkt net een popidool”, zegt een verbaasde journalist die naast me zit. “Natuurlijk!”, lach ik en ik druk snel mijn fototoestel in z’n handen om ook met het popidool op te foto te kunnen…

dinsdag 29 maart 2011

Cacao of olie

IS Online

Stel dat onze auto's op cacao rijden en dat koffie de wereldeconomie sterk beïnvloedt. Of dat de internationale media hun camera's 24uur per dag op Abidjan richten en dat de hele wereld daar dagelijks naar kijkt. Of stel dat Ivoriaanse vluchtelingen heel makkelijk in een bootje naar het Europese vaste land kunnen…

Zouden we dan ook een no-fly zone instellen? Zouden we dan ook ons leger inzetten om Nederlanders uit Ivoorkust te halen? Zouden we dan ook dagenlang aan de buis gekluisterd zitten? Zouden we dan ook opeens van steden waar we een paar weken eerder nog nooit van hadden gehoord weten of die in handen zijn van de oppositie of juist niet?

Of zouden de dagelijkse gevechten precies hetzelfde zijn? Zou de internationale gemeenschap nog steeds pijnlijk onzichtbaar zijn? En zou Ivoorkust nog steeds maar zelden de voorpagina’s halen?

En stel dat de buurlanden van Ivoorkust ook opeens onrustig worden na frauduleuze verkiezingen. Zouden we dan spreken van een ‘West-Afrikaanse lente’ of zouden we dan nog méér afhaken dan nu al het geval is omdat het ‘in Afrika toch altijd en overal oorlog is’?

De aandacht voor Libië is uiteraard terecht. Maar waarom is diezelfde aandacht er voor Ivoorkust niet?

maandag 28 maart 2011

Fuseren met Philips

IS Online

Ontwikkelingssamenwerking ligt onder vuur. De oud-directeur van Terre des Hommes wil (nog steeds) fuseren met Philips. Hoogleraar Hoebink stelt dat we door amateurs worden geregeerd. En studenten stellen kritische vragen. Wat is er toch aan de hand? Waarom is er zoveel kritiek en wat voor kansen biedt het bedrijfsleven voor de toekomst van ontwikkelingssamenwerking?


In een zaaltje in het centrum van Leiden wordt door studenten van Studentenvereniging SOL (Studentenvereniging Ontwikkelingssamenwerking Leiden) met elkaar en experts gediscussieerd. “We worden als het om ontwikkelingssamenwerking gaat geregeerd door amateurs”, zegt Paul Hoebink van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hoebink weerlegt vele kritieken op ontwikkelingssamenwerking. De VVD, met eerst Hirsi Ali en later Boekestijn, noemt het OS-beleid mislukt. “Maar Nederlandse ontwikkelingshulp kan niet heel Afrika veranderen. Ontwikkelingshulp is op haar best een katalysator”, meent Hoebink. Hij is positief over wat ontwikkelingssamenwerking kan bereiken. “Met nieuwe methoden blijkt ook wetenschappelijk dat ontwikkelingssamenwerking effect heeft.” Toch is het debat in Nederland veel negatiever dan in Duitsland en Groot-Brittannië, waar het beleid volgens Hoebink meer toegespitst is op wat er in de wereld speelt. Hoe dit komt, wordt niet precies duidelijk.

Enfant Terrible

In een interview met Ron van Huizen (oud-directeur Terre des Hommes) door Marc Broere (hoofdredacteur Vice Versa) legt van Huizen uit dat die negatieve aandacht volgens hem komt omdat ontwikkelingssamenwerking een industrie is geworden. Bovendien is er weinig animo voor vernieuwingen. Broere zegt dat van Huizen ook toen hij nog directeur was al kritisch was over zijn eigen sector en noemt hem ‘het enfant terrible van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking’. Het enfant terrible is verantwoordelijk voor Johan Cruijffs’ betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking. “Mijn opa en zijn stiefvader waren beiden terreinknecht bij Ajax. En zelf heb ik ook nog bij Ajax gespeeld…”, vertelt Ron van Huizen trots. Toen Cruijff zijn Johan Cruijff foundation oprichtte hielp van Huizen hem. “Notulen en besluiten maakte ik soms voor de vergadering al. Cruijff hoefde dan alleen te tekenen en kon weer over voetbal praten”, lacht van Huizen. Hij looft Cruijff over zijn gevoel voor mensen. Cruijff zat meteen op dezelfde golflengte met iédereen. “Ook in India waar niemand wist wie hij was…” Van Huizen vindt Cruijff, net als de hele voetballerij, een bedrijf.

Fuseren met Philips geen slecht idee
Maar ontwikkelingssamenwerking in combinatie met bedrijven roept traditioneel veel weerstand op. Van Huizen kan het weten. In 2004 zei hij: “Het zou mijn droom zijn als Terre des Hommes zou fuseren met Philips.” De commotie die na zijn uitspraak in de OS-sector ontstond heeft hij nooit begrepen. Een NGO heeft een andere insteek dan een commercieel bedrijf maar van Huizen ziet ook veel kansen in de door staatssecretaris Knapen gewenste samenwerking tussen de twee. De infrastructuur en kennis van een NGO en de producten die een bedrijf wil verkopen kun je goed aan elkaar koppelen.” Van Huizen ziet nog wel veel verbeteringen die mogelijk zijn. “Samenwerking met het bedrijfsleven is nu altijd ad hoc, zoals na de Tsunami. Er zijn geen langlopende contracten tussen NGO’s en het bedrijfsleven.” Nu het huidige kabinet meer nadruk wil leggen op het bedrijfsleven binnen ontwikkelingssamenwerking wordt zijn opmerking over Philips weer actueel. “Er wordt ook vaak gezegd dat NGO’s kunnen fuseren, dan vind ik mijn idee van fuseren met Philips nog geen slecht idee”, aldus van Huizen. “Als je onderdeel bent van het bedrijf moet Philips altijd rekening houden met de belangen van Terre des Hommes!”, legt de enthousiaste van Huizen uit.

Meer dan alleen bedrijfsleven
Antropoloog Harm van Oudenhoven benadrukt dat het bedrijfsleven niet zonder andere sectoren zoals onderwijs en een goed functionerend overheidsapparaat kan. In Nicaragua zette hij een cacaofabriek op. “Maar ik liep tegen erg veel muren op”, vertelt hij stoïcijns. Lokale wetgeving en belastingwetgeving kwamen soms totaal niet met elkaar overeen en het kostte hem veel moeite en geld om zijn bedrijf officieel te registreren. Ongeletterde en soms wereldvreemde arbeiders hielpen zijn bedrijf vaak ook niet zoals het had gekund.

Kortom: met alléén het bedrijfsleven red de ontwikkelingssamenwerking het niet. Andere sectoren blijven nodig om ontwikkelingssamenwerking, ook in de toekomst, effectief te laten blijven. Veel sprekers benadrukten dat kritische nieuwe geluiden en fris bloed nodig zijn in de sector. Aan kritische geluiden geen gebrek, dus wat dat betreft komt het misschien wel goed met de toekomst van ontwikkelingssamenwerking…

vrijdag 18 maart 2011

Vrouwen en kinderen eerst

"…Onschuldige kinderen en vrouwen zijn dan het slachtoffer." Ik luister naar een interview met Generaal buiten dienst Couzy op Radio 1. Hij vreest dat door, de inmiddels ingestelde, no-fly zone Libië zich tactisch zo opstelt dat het Westen kans loopt ongewild burgerdoelen te raken. Zo kan Gadaffi laten zien hoe wreed de buitenlandse mogendheden zijn. Couzy impliceert dat dat in het bijzonder erg zou zijn omdat vrouwen en kinderen dan slachtoffer kunnen worden.

Nu heeft Couzy enorm veel verstand van dergelijke conflictsituaties. Toch valt het me op dat, zoals vaker in zulke situaties, alléén vrouwen en kinderen onschuldig zijn. Zoals het oude adagiuim luidt: 'Vrouwen en kinderen eerst!'

Ten eerste is de tijd dat vrouwen zich per definitie niet in een oorlog mengen al lang voorbij, als die tijd al ooit bestaan heeft.
Ten tweede worden vrouwen door zo’n uitspraak weggezet als kwetsbare wezentjes. Mocht dit al zo zijn dan geldt dat niet voor álle vrouwen en verdienen ook de vrouwen voor wie dat wel geldt een positievere associatie.
Ten derde impliceert iemand die zoiets zegt dat mannen wel schuldig zijn. Anders zeg je wel onschuldige burgers...
Nu weet ik ook wel dat Couzy het niet zo bedoelt, maar zullen we voortaan gewoon 'onschuldige burgers' zeggen en niet meer 'onschuldige vrouwen'? Dat lijkt me beter. Voor vrouwen én mannen!