IS Online
Stel dat onze auto's op cacao rijden en dat koffie de wereldeconomie sterk beïnvloedt. Of dat de internationale media hun camera's 24uur per dag op Abidjan richten en dat de hele wereld daar dagelijks naar kijkt. Of stel dat Ivoriaanse vluchtelingen heel makkelijk in een bootje naar het Europese vaste land kunnen…
Zouden we dan ook een no-fly zone instellen? Zouden we dan ook ons leger inzetten om Nederlanders uit Ivoorkust te halen? Zouden we dan ook dagenlang aan de buis gekluisterd zitten? Zouden we dan ook opeens van steden waar we een paar weken eerder nog nooit van hadden gehoord weten of die in handen zijn van de oppositie of juist niet?
Of zouden de dagelijkse gevechten precies hetzelfde zijn? Zou de internationale gemeenschap nog steeds pijnlijk onzichtbaar zijn? En zou Ivoorkust nog steeds maar zelden de voorpagina’s halen?
En stel dat de buurlanden van Ivoorkust ook opeens onrustig worden na frauduleuze verkiezingen. Zouden we dan spreken van een ‘West-Afrikaanse lente’ of zouden we dan nog méér afhaken dan nu al het geval is omdat het ‘in Afrika toch altijd en overal oorlog is’?
De aandacht voor Libië is uiteraard terecht. Maar waarom is diezelfde aandacht er voor Ivoorkust niet?
dinsdag 29 maart 2011
maandag 28 maart 2011
Fuseren met Philips
IS Online
Ontwikkelingssamenwerking ligt onder vuur. De oud-directeur van Terre des Hommes wil (nog steeds) fuseren met Philips. Hoogleraar Hoebink stelt dat we door amateurs worden geregeerd. En studenten stellen kritische vragen. Wat is er toch aan de hand? Waarom is er zoveel kritiek en wat voor kansen biedt het bedrijfsleven voor de toekomst van ontwikkelingssamenwerking?
In een zaaltje in het centrum van Leiden wordt door studenten van Studentenvereniging SOL (Studentenvereniging Ontwikkelingssamenwerking Leiden) met elkaar en experts gediscussieerd. “We worden als het om ontwikkelingssamenwerking gaat geregeerd door amateurs”, zegt Paul Hoebink van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hoebink weerlegt vele kritieken op ontwikkelingssamenwerking. De VVD, met eerst Hirsi Ali en later Boekestijn, noemt het OS-beleid mislukt. “Maar Nederlandse ontwikkelingshulp kan niet heel Afrika veranderen. Ontwikkelingshulp is op haar best een katalysator”, meent Hoebink. Hij is positief over wat ontwikkelingssamenwerking kan bereiken. “Met nieuwe methoden blijkt ook wetenschappelijk dat ontwikkelingssamenwerking effect heeft.” Toch is het debat in Nederland veel negatiever dan in Duitsland en Groot-Brittannië, waar het beleid volgens Hoebink meer toegespitst is op wat er in de wereld speelt. Hoe dit komt, wordt niet precies duidelijk.
Enfant Terrible
In een interview met Ron van Huizen (oud-directeur Terre des Hommes) door Marc Broere (hoofdredacteur Vice Versa) legt van Huizen uit dat die negatieve aandacht volgens hem komt omdat ontwikkelingssamenwerking een industrie is geworden. Bovendien is er weinig animo voor vernieuwingen. Broere zegt dat van Huizen ook toen hij nog directeur was al kritisch was over zijn eigen sector en noemt hem ‘het enfant terrible van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking’. Het enfant terrible is verantwoordelijk voor Johan Cruijffs’ betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking. “Mijn opa en zijn stiefvader waren beiden terreinknecht bij Ajax. En zelf heb ik ook nog bij Ajax gespeeld…”, vertelt Ron van Huizen trots. Toen Cruijff zijn Johan Cruijff foundation oprichtte hielp van Huizen hem. “Notulen en besluiten maakte ik soms voor de vergadering al. Cruijff hoefde dan alleen te tekenen en kon weer over voetbal praten”, lacht van Huizen. Hij looft Cruijff over zijn gevoel voor mensen. Cruijff zat meteen op dezelfde golflengte met iédereen. “Ook in India waar niemand wist wie hij was…” Van Huizen vindt Cruijff, net als de hele voetballerij, een bedrijf.
Fuseren met Philips geen slecht idee
Maar ontwikkelingssamenwerking in combinatie met bedrijven roept traditioneel veel weerstand op. Van Huizen kan het weten. In 2004 zei hij: “Het zou mijn droom zijn als Terre des Hommes zou fuseren met Philips.” De commotie die na zijn uitspraak in de OS-sector ontstond heeft hij nooit begrepen. Een NGO heeft een andere insteek dan een commercieel bedrijf maar van Huizen ziet ook veel kansen in de door staatssecretaris Knapen gewenste samenwerking tussen de twee. De infrastructuur en kennis van een NGO en de producten die een bedrijf wil verkopen kun je goed aan elkaar koppelen.” Van Huizen ziet nog wel veel verbeteringen die mogelijk zijn. “Samenwerking met het bedrijfsleven is nu altijd ad hoc, zoals na de Tsunami. Er zijn geen langlopende contracten tussen NGO’s en het bedrijfsleven.” Nu het huidige kabinet meer nadruk wil leggen op het bedrijfsleven binnen ontwikkelingssamenwerking wordt zijn opmerking over Philips weer actueel. “Er wordt ook vaak gezegd dat NGO’s kunnen fuseren, dan vind ik mijn idee van fuseren met Philips nog geen slecht idee”, aldus van Huizen. “Als je onderdeel bent van het bedrijf moet Philips altijd rekening houden met de belangen van Terre des Hommes!”, legt de enthousiaste van Huizen uit.
Meer dan alleen bedrijfsleven
Antropoloog Harm van Oudenhoven benadrukt dat het bedrijfsleven niet zonder andere sectoren zoals onderwijs en een goed functionerend overheidsapparaat kan. In Nicaragua zette hij een cacaofabriek op. “Maar ik liep tegen erg veel muren op”, vertelt hij stoïcijns. Lokale wetgeving en belastingwetgeving kwamen soms totaal niet met elkaar overeen en het kostte hem veel moeite en geld om zijn bedrijf officieel te registreren. Ongeletterde en soms wereldvreemde arbeiders hielpen zijn bedrijf vaak ook niet zoals het had gekund.
Kortom: met alléén het bedrijfsleven red de ontwikkelingssamenwerking het niet. Andere sectoren blijven nodig om ontwikkelingssamenwerking, ook in de toekomst, effectief te laten blijven. Veel sprekers benadrukten dat kritische nieuwe geluiden en fris bloed nodig zijn in de sector. Aan kritische geluiden geen gebrek, dus wat dat betreft komt het misschien wel goed met de toekomst van ontwikkelingssamenwerking…
Ontwikkelingssamenwerking ligt onder vuur. De oud-directeur van Terre des Hommes wil (nog steeds) fuseren met Philips. Hoogleraar Hoebink stelt dat we door amateurs worden geregeerd. En studenten stellen kritische vragen. Wat is er toch aan de hand? Waarom is er zoveel kritiek en wat voor kansen biedt het bedrijfsleven voor de toekomst van ontwikkelingssamenwerking?
In een zaaltje in het centrum van Leiden wordt door studenten van Studentenvereniging SOL (Studentenvereniging Ontwikkelingssamenwerking Leiden) met elkaar en experts gediscussieerd. “We worden als het om ontwikkelingssamenwerking gaat geregeerd door amateurs”, zegt Paul Hoebink van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hoebink weerlegt vele kritieken op ontwikkelingssamenwerking. De VVD, met eerst Hirsi Ali en later Boekestijn, noemt het OS-beleid mislukt. “Maar Nederlandse ontwikkelingshulp kan niet heel Afrika veranderen. Ontwikkelingshulp is op haar best een katalysator”, meent Hoebink. Hij is positief over wat ontwikkelingssamenwerking kan bereiken. “Met nieuwe methoden blijkt ook wetenschappelijk dat ontwikkelingssamenwerking effect heeft.” Toch is het debat in Nederland veel negatiever dan in Duitsland en Groot-Brittannië, waar het beleid volgens Hoebink meer toegespitst is op wat er in de wereld speelt. Hoe dit komt, wordt niet precies duidelijk.
Enfant Terrible
In een interview met Ron van Huizen (oud-directeur Terre des Hommes) door Marc Broere (hoofdredacteur Vice Versa) legt van Huizen uit dat die negatieve aandacht volgens hem komt omdat ontwikkelingssamenwerking een industrie is geworden. Bovendien is er weinig animo voor vernieuwingen. Broere zegt dat van Huizen ook toen hij nog directeur was al kritisch was over zijn eigen sector en noemt hem ‘het enfant terrible van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking’. Het enfant terrible is verantwoordelijk voor Johan Cruijffs’ betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking. “Mijn opa en zijn stiefvader waren beiden terreinknecht bij Ajax. En zelf heb ik ook nog bij Ajax gespeeld…”, vertelt Ron van Huizen trots. Toen Cruijff zijn Johan Cruijff foundation oprichtte hielp van Huizen hem. “Notulen en besluiten maakte ik soms voor de vergadering al. Cruijff hoefde dan alleen te tekenen en kon weer over voetbal praten”, lacht van Huizen. Hij looft Cruijff over zijn gevoel voor mensen. Cruijff zat meteen op dezelfde golflengte met iédereen. “Ook in India waar niemand wist wie hij was…” Van Huizen vindt Cruijff, net als de hele voetballerij, een bedrijf.
Fuseren met Philips geen slecht idee
Maar ontwikkelingssamenwerking in combinatie met bedrijven roept traditioneel veel weerstand op. Van Huizen kan het weten. In 2004 zei hij: “Het zou mijn droom zijn als Terre des Hommes zou fuseren met Philips.” De commotie die na zijn uitspraak in de OS-sector ontstond heeft hij nooit begrepen. Een NGO heeft een andere insteek dan een commercieel bedrijf maar van Huizen ziet ook veel kansen in de door staatssecretaris Knapen gewenste samenwerking tussen de twee. De infrastructuur en kennis van een NGO en de producten die een bedrijf wil verkopen kun je goed aan elkaar koppelen.” Van Huizen ziet nog wel veel verbeteringen die mogelijk zijn. “Samenwerking met het bedrijfsleven is nu altijd ad hoc, zoals na de Tsunami. Er zijn geen langlopende contracten tussen NGO’s en het bedrijfsleven.” Nu het huidige kabinet meer nadruk wil leggen op het bedrijfsleven binnen ontwikkelingssamenwerking wordt zijn opmerking over Philips weer actueel. “Er wordt ook vaak gezegd dat NGO’s kunnen fuseren, dan vind ik mijn idee van fuseren met Philips nog geen slecht idee”, aldus van Huizen. “Als je onderdeel bent van het bedrijf moet Philips altijd rekening houden met de belangen van Terre des Hommes!”, legt de enthousiaste van Huizen uit.
Meer dan alleen bedrijfsleven
Antropoloog Harm van Oudenhoven benadrukt dat het bedrijfsleven niet zonder andere sectoren zoals onderwijs en een goed functionerend overheidsapparaat kan. In Nicaragua zette hij een cacaofabriek op. “Maar ik liep tegen erg veel muren op”, vertelt hij stoïcijns. Lokale wetgeving en belastingwetgeving kwamen soms totaal niet met elkaar overeen en het kostte hem veel moeite en geld om zijn bedrijf officieel te registreren. Ongeletterde en soms wereldvreemde arbeiders hielpen zijn bedrijf vaak ook niet zoals het had gekund.
Kortom: met alléén het bedrijfsleven red de ontwikkelingssamenwerking het niet. Andere sectoren blijven nodig om ontwikkelingssamenwerking, ook in de toekomst, effectief te laten blijven. Veel sprekers benadrukten dat kritische nieuwe geluiden en fris bloed nodig zijn in de sector. Aan kritische geluiden geen gebrek, dus wat dat betreft komt het misschien wel goed met de toekomst van ontwikkelingssamenwerking…
vrijdag 18 maart 2011
Vrouwen en kinderen eerst
"…Onschuldige kinderen en vrouwen zijn dan het slachtoffer." Ik luister naar een interview met Generaal buiten dienst Couzy op Radio 1. Hij vreest dat door, de inmiddels ingestelde, no-fly zone Libië zich tactisch zo opstelt dat het Westen kans loopt ongewild burgerdoelen te raken. Zo kan Gadaffi laten zien hoe wreed de buitenlandse mogendheden zijn. Couzy impliceert dat dat in het bijzonder erg zou zijn omdat vrouwen en kinderen dan slachtoffer kunnen worden.
Nu heeft Couzy enorm veel verstand van dergelijke conflictsituaties. Toch valt het me op dat, zoals vaker in zulke situaties, alléén vrouwen en kinderen onschuldig zijn. Zoals het oude adagiuim luidt: 'Vrouwen en kinderen eerst!'
Ten eerste is de tijd dat vrouwen zich per definitie niet in een oorlog mengen al lang voorbij, als die tijd al ooit bestaan heeft.
Ten tweede worden vrouwen door zo’n uitspraak weggezet als kwetsbare wezentjes. Mocht dit al zo zijn dan geldt dat niet voor álle vrouwen en verdienen ook de vrouwen voor wie dat wel geldt een positievere associatie.
Ten derde impliceert iemand die zoiets zegt dat mannen wel schuldig zijn. Anders zeg je wel onschuldige burgers...
Nu weet ik ook wel dat Couzy het niet zo bedoelt, maar zullen we voortaan gewoon 'onschuldige burgers' zeggen en niet meer 'onschuldige vrouwen'? Dat lijkt me beter. Voor vrouwen én mannen!
Nu heeft Couzy enorm veel verstand van dergelijke conflictsituaties. Toch valt het me op dat, zoals vaker in zulke situaties, alléén vrouwen en kinderen onschuldig zijn. Zoals het oude adagiuim luidt: 'Vrouwen en kinderen eerst!'
Ten eerste is de tijd dat vrouwen zich per definitie niet in een oorlog mengen al lang voorbij, als die tijd al ooit bestaan heeft.
Ten tweede worden vrouwen door zo’n uitspraak weggezet als kwetsbare wezentjes. Mocht dit al zo zijn dan geldt dat niet voor álle vrouwen en verdienen ook de vrouwen voor wie dat wel geldt een positievere associatie.
Ten derde impliceert iemand die zoiets zegt dat mannen wel schuldig zijn. Anders zeg je wel onschuldige burgers...
Nu weet ik ook wel dat Couzy het niet zo bedoelt, maar zullen we voortaan gewoon 'onschuldige burgers' zeggen en niet meer 'onschuldige vrouwen'? Dat lijkt me beter. Voor vrouwen én mannen!
zaterdag 12 maart 2011
De eerste vrouw
5 maart 2011,
Afgelopen woensdag tijdens de provinciale verkiezingen zat ik op het stembureau. Na een lange dag, begon na sluiting van het stembureau, het zwaarste gedeelte; het tellen van alle stemmen.
Dat is een hele klus. Een foutje kan niet, dus alle wordt dubbel geteld. Alle stemmen in totaal, alle stemmen per partij, alle stemmen per lijsttrekker, en dan de voorkeursstemmen. Wat mij opviel tijdens het tellen va n de stemmen was dat, in ieder geval op mijn stembureau in het centrum van Utrecht, erg veel stemmen waren voor de nummer 2 van D66. Uiteindelijk bleek de nummer twee zelfs meer stemmen te hebben gekregen dan de nummer een op de lijst van D66! Leuk voor die persoon en wat minder leuk voor de lijsttrekker. Maar ik was benieuwd hoe dit zou komen… Ik keek wat beter naar de kandidatenlijst. De lijsttrekker bleek een man te zijn en de nummer twee een vrouw.
Bewijzen heb ik natuurlijk niet, maar ik heb toch wel een zwaar vermoeden dat veel D66- kiezers op de eerste vrouw op de lijst hebben gestemd. Vanwege haar geslacht dus en niet vanwege haar kwaliteiten. Maar waarom stemmen mensen op de eerste vrouw op de lijst? Daarmee bevestig je toch juist dat ze niet op de eerste plek stond. Als we écht iets willen veranderen hieraan moeten we niet vanaf de zijlijn, of vanuit het stemhokje, ons protest uiten. We moeten aan de slag. Ga voor die politieke functie, ga voor die topbaan! Doe het zelf want door stemmen op de eerste vrouw op de lijst weet de vrouw in kwestie nooit zeker of ze nou gekozen is omdat ze zo goed is of omdat ze vrouw is.
Heb jij vorige week ook op de eerste vrouw van jouw partij gestemd? Denk de volgende keer dan nog eens na waarom je dit doet…
Afgelopen woensdag tijdens de provinciale verkiezingen zat ik op het stembureau. Na een lange dag, begon na sluiting van het stembureau, het zwaarste gedeelte; het tellen van alle stemmen.
Dat is een hele klus. Een foutje kan niet, dus alle wordt dubbel geteld. Alle stemmen in totaal, alle stemmen per partij, alle stemmen per lijsttrekker, en dan de voorkeursstemmen. Wat mij opviel tijdens het tellen va n de stemmen was dat, in ieder geval op mijn stembureau in het centrum van Utrecht, erg veel stemmen waren voor de nummer 2 van D66. Uiteindelijk bleek de nummer twee zelfs meer stemmen te hebben gekregen dan de nummer een op de lijst van D66! Leuk voor die persoon en wat minder leuk voor de lijsttrekker. Maar ik was benieuwd hoe dit zou komen… Ik keek wat beter naar de kandidatenlijst. De lijsttrekker bleek een man te zijn en de nummer twee een vrouw.
Bewijzen heb ik natuurlijk niet, maar ik heb toch wel een zwaar vermoeden dat veel D66- kiezers op de eerste vrouw op de lijst hebben gestemd. Vanwege haar geslacht dus en niet vanwege haar kwaliteiten. Maar waarom stemmen mensen op de eerste vrouw op de lijst? Daarmee bevestig je toch juist dat ze niet op de eerste plek stond. Als we écht iets willen veranderen hieraan moeten we niet vanaf de zijlijn, of vanuit het stemhokje, ons protest uiten. We moeten aan de slag. Ga voor die politieke functie, ga voor die topbaan! Doe het zelf want door stemmen op de eerste vrouw op de lijst weet de vrouw in kwestie nooit zeker of ze nou gekozen is omdat ze zo goed is of omdat ze vrouw is.
Heb jij vorige week ook op de eerste vrouw van jouw partij gestemd? Denk de volgende keer dan nog eens na waarom je dit doet…
woensdag 9 februari 2011
Belasting
IS Online
Ik ben bij een lezing op de Vrije Universiteit waar Paul Collier (Oxford) uitlegt dat het in het belang is van bevolkingen in ontwikkelingslanden zélf als zij belasting gaan betalen. Dat klinkt natuurlijk vreemd. Deze mensen hebben vaak al zo weinig geld en dan moeten ze daarvan ook nog eens belasting betalen… Collier blijft er bij: “Het is goed als staten een belastingsysteem opzetten.”
Tijdens Colliers’ betoog over belastingen dwalen mijn gedachten af naar Gadaffi. Gadaffi was anderhalf jaar geleden mijn gastbroertje toen ik twee maanden bij hem en zijn familie in een Ghanees dorpje woonde. We zaten buiten op het erf op een bankje en hadden net ons avondeten op. Ik vertelde hem dat ik me er zo over verbaasde hoeveel kraampjes er overal langs de weg stonden met telefoonkaarten, mango’s, bananen, voetbalshirts, kranten, stoffen voor kleding, zakjes water, schoenen, gedroogde vis , noten. Je kan het zo gek niet bedenken of je kan het in Ghana langs de weg kopen. Toen ik zei dat je dat in Nederland helemaal niet zo hebt en mensen op andere manieren geld verdienen, keek hij raar op. Het gesprek ging verder en even later kwam hij erachter dat ik, en de rest van alle blanken, een deel van hun geld aan de overheid afstaan. Hij lachte me uit en was toch wel trots dat zijn moeder, die vaak stoffen langs de weg verkoopt, niet zo gek is om dat te doen. Ik probeerde uit te leggen dat het juist goed is dat ik belasting betaal omdat daarmee de overheid dingen betaalt die in het belang zijn van de bevolking. Dat ik alleen stem op politici die mijn belastinggeld goed gebruiken en dáárom politici verstandig omgaan met mijn belastinggeld. Gadaffi snapte het niet helemaal en bleef mij, geloof ik, toch een beetje onnozel vinden…
“Als inkomens stijgen, stijgt het aandeel wat de overheid krijgt ook. Dus zal de overheid wetten maken die economische activiteiten stimuleren”, vervolgt Collier zijn betoog. Fantastisch eigenlijk, belasting betalen. Ik kan bijna niet wachten totdat die verfoeide blauwe envelop weer op de deurmat valt! Alhoewel…
Ik ben bij een lezing op de Vrije Universiteit waar Paul Collier (Oxford) uitlegt dat het in het belang is van bevolkingen in ontwikkelingslanden zélf als zij belasting gaan betalen. Dat klinkt natuurlijk vreemd. Deze mensen hebben vaak al zo weinig geld en dan moeten ze daarvan ook nog eens belasting betalen… Collier blijft er bij: “Het is goed als staten een belastingsysteem opzetten.”
Tijdens Colliers’ betoog over belastingen dwalen mijn gedachten af naar Gadaffi. Gadaffi was anderhalf jaar geleden mijn gastbroertje toen ik twee maanden bij hem en zijn familie in een Ghanees dorpje woonde. We zaten buiten op het erf op een bankje en hadden net ons avondeten op. Ik vertelde hem dat ik me er zo over verbaasde hoeveel kraampjes er overal langs de weg stonden met telefoonkaarten, mango’s, bananen, voetbalshirts, kranten, stoffen voor kleding, zakjes water, schoenen, gedroogde vis , noten. Je kan het zo gek niet bedenken of je kan het in Ghana langs de weg kopen. Toen ik zei dat je dat in Nederland helemaal niet zo hebt en mensen op andere manieren geld verdienen, keek hij raar op. Het gesprek ging verder en even later kwam hij erachter dat ik, en de rest van alle blanken, een deel van hun geld aan de overheid afstaan. Hij lachte me uit en was toch wel trots dat zijn moeder, die vaak stoffen langs de weg verkoopt, niet zo gek is om dat te doen. Ik probeerde uit te leggen dat het juist goed is dat ik belasting betaal omdat daarmee de overheid dingen betaalt die in het belang zijn van de bevolking. Dat ik alleen stem op politici die mijn belastinggeld goed gebruiken en dáárom politici verstandig omgaan met mijn belastinggeld. Gadaffi snapte het niet helemaal en bleef mij, geloof ik, toch een beetje onnozel vinden…“Als inkomens stijgen, stijgt het aandeel wat de overheid krijgt ook. Dus zal de overheid wetten maken die economische activiteiten stimuleren”, vervolgt Collier zijn betoog. Fantastisch eigenlijk, belasting betalen. Ik kan bijna niet wachten totdat die verfoeide blauwe envelop weer op de deurmat valt! Alhoewel…
McDonalds van de hulp
IS Online
Hoe ga je als buitenlandse hulpgever om met de eigen verantwoordelijkheid van ontwikkelingslanden? In een goed gevulde aula van de Vrije Universiteit gaf professor Paul Collier (Oxford) maandagavond tijdens een lezingencyclus van het SID (Society for International Development) goede en slechte voorbeelden van internationale samenwerking. “Wat arme mensen nodig hebben is onze kennis, niet ons geld.”
Paul Collier is een van de meest toonaangevende en gerespecteerde wetenschappers op het gebied van internationale samenwerking. Zijn voorlaatste boek ‘the Bottom Billion’ is tot standaardwerk uitgegroeid. Collier is hoogleraar Economie in Oxford en directeur van het Centre for the Study of African Economies en voormalig hoofd van de Development Reseach Group van de Wereldbank. Met grote stappen gaat Collier deze avond door de problemen van, maar ook de kansen voor, buitenlandse hulp aan ontwikkelingslanden. Grote stappen, maar wel in hapklare brokken en duidelijke taal.
Slechte voorbeelden
Een slechte voorbeeld van internationale samenwerking is volgens Collier het stellen van voorwaarden aan het beleid van het ontvangende land. Dat ondermijnt de verantwoording van de overheid ten opzichte van haar volk. “Een ramp”, aldus Collier. Ook begrotingssteun is gevaarlijk volgens Collier. Voor overheden dient het als vervanging van belastingheffing. En belasting heffen is belangrijk. Mensen houden er namelijk niet van om belastingen betalen. Dus worden mensen geprikkeld om hun overheid goed in te gaten houden waardoor overheden gedisciplineerd worden. Een ander voordeel van het heffen van belastingen is dat als inkomens van mensen groeien, overheden daarvan profiteren dus zal de overheid een rechtsstaat inrichten om economische activiteit te stimuleren. In Nigeria heeft Collier gezien wat er gebeurt als er geen belastingen worden geheven. “The more corrupt the local governor, the lower the local tax.”
Goede voorbeelden
Uit het slechte kan het goede groeien, meent Collier. “Duitsland is de best geleide economie van Europa omdat het de slechtst geleide was”, vertelt Collier. In de crisisjaren vernietigde de hyperinflatie de totale middenklasse. Om herhaling daarvan te voorkomen richtte men praktische instituties als een onafhankelijke centrale bank op. In Afrika proeft hij een vergelijkbaar sentiment over het eigen bestuur: ‘Dit nooit meer’: “Dat vang ik overal op het continent op.”.
McDonalds
De lezing van Collier mondde uit in een centrale stelling dat ontwikkelingslanden meer hebben aan onze kennis en ideeën dan aan ons geld. Ideeën scheppen economische kansen en zijn bovendien bijna altijd gratis. En met geld van eigen burgers in plaats van donorlanden moeten overheden verantwoording afleggen.
Wat voor rol rest er voor (Nederlandse) hulporganisaties? Volgens Collier zouden ze rechtstreeks door de overheden van ontwikkelingslanden gecontracteerd moeten kunnen worden. “Zuid-Sudan heeft veel inkomsten uit de olie, maar geen staatsapparaat om publieke diensten aan de bevolking te leveren. Daar zouden hulporganisaties een grote rol kunnen spelen. Nu hebben ze nog vaak een prachtig ingerichte boutiek, die weinigen helpt tegen hoge kosten. Maar ze moeten op grote schaal in basisbehoeftes kunnen voorzien. Ze moeten net als McDonalds een goedkoop basisproduct kunnen leveren.”
Als je het over McDonaldisering hebt, is de brug naar voedselzekerheid snel geslagen. Dat is een van de grootste uitdagingen waar Afrikaanse steden voor staan, aldus Collier. “Arme stedelingen in Afrika spenderen vaak de helft van hun inkomen aan voedsel. Als de prijzen stijgen, hebben ze dus minder te eten. En kinderen zijn dan vaak de dupe.” Collier weet wel oplossingen voor de voedselcrisis, maar vreest dat ze controversieel worden gevonden. De eerste is commerciële, grootschalige landbouw. Daarnaast de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen. Daar hebben veel mensen toch een vreemd gevoel bij. “Maar,” stelt Collier, “de enige reden waarom Afrika genetisch gemodificeerd voedsel bant is omdat wíj het doen…”
Er moet in ieder geval íets gebeuren, zegt Collier: “We kunnen ons geen langdurige voedselcrisis veroorloven.”
![]() |
| Foto: Osiris Hoepel |
Paul Collier is een van de meest toonaangevende en gerespecteerde wetenschappers op het gebied van internationale samenwerking. Zijn voorlaatste boek ‘the Bottom Billion’ is tot standaardwerk uitgegroeid. Collier is hoogleraar Economie in Oxford en directeur van het Centre for the Study of African Economies en voormalig hoofd van de Development Reseach Group van de Wereldbank. Met grote stappen gaat Collier deze avond door de problemen van, maar ook de kansen voor, buitenlandse hulp aan ontwikkelingslanden. Grote stappen, maar wel in hapklare brokken en duidelijke taal.
Slechte voorbeelden
Een slechte voorbeeld van internationale samenwerking is volgens Collier het stellen van voorwaarden aan het beleid van het ontvangende land. Dat ondermijnt de verantwoording van de overheid ten opzichte van haar volk. “Een ramp”, aldus Collier. Ook begrotingssteun is gevaarlijk volgens Collier. Voor overheden dient het als vervanging van belastingheffing. En belasting heffen is belangrijk. Mensen houden er namelijk niet van om belastingen betalen. Dus worden mensen geprikkeld om hun overheid goed in te gaten houden waardoor overheden gedisciplineerd worden. Een ander voordeel van het heffen van belastingen is dat als inkomens van mensen groeien, overheden daarvan profiteren dus zal de overheid een rechtsstaat inrichten om economische activiteit te stimuleren. In Nigeria heeft Collier gezien wat er gebeurt als er geen belastingen worden geheven. “The more corrupt the local governor, the lower the local tax.”
Goede voorbeelden
Uit het slechte kan het goede groeien, meent Collier. “Duitsland is de best geleide economie van Europa omdat het de slechtst geleide was”, vertelt Collier. In de crisisjaren vernietigde de hyperinflatie de totale middenklasse. Om herhaling daarvan te voorkomen richtte men praktische instituties als een onafhankelijke centrale bank op. In Afrika proeft hij een vergelijkbaar sentiment over het eigen bestuur: ‘Dit nooit meer’: “Dat vang ik overal op het continent op.”.
McDonalds
De lezing van Collier mondde uit in een centrale stelling dat ontwikkelingslanden meer hebben aan onze kennis en ideeën dan aan ons geld. Ideeën scheppen economische kansen en zijn bovendien bijna altijd gratis. En met geld van eigen burgers in plaats van donorlanden moeten overheden verantwoording afleggen.
Wat voor rol rest er voor (Nederlandse) hulporganisaties? Volgens Collier zouden ze rechtstreeks door de overheden van ontwikkelingslanden gecontracteerd moeten kunnen worden. “Zuid-Sudan heeft veel inkomsten uit de olie, maar geen staatsapparaat om publieke diensten aan de bevolking te leveren. Daar zouden hulporganisaties een grote rol kunnen spelen. Nu hebben ze nog vaak een prachtig ingerichte boutiek, die weinigen helpt tegen hoge kosten. Maar ze moeten op grote schaal in basisbehoeftes kunnen voorzien. Ze moeten net als McDonalds een goedkoop basisproduct kunnen leveren.”
Als je het over McDonaldisering hebt, is de brug naar voedselzekerheid snel geslagen. Dat is een van de grootste uitdagingen waar Afrikaanse steden voor staan, aldus Collier. “Arme stedelingen in Afrika spenderen vaak de helft van hun inkomen aan voedsel. Als de prijzen stijgen, hebben ze dus minder te eten. En kinderen zijn dan vaak de dupe.” Collier weet wel oplossingen voor de voedselcrisis, maar vreest dat ze controversieel worden gevonden. De eerste is commerciële, grootschalige landbouw. Daarnaast de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen. Daar hebben veel mensen toch een vreemd gevoel bij. “Maar,” stelt Collier, “de enige reden waarom Afrika genetisch gemodificeerd voedsel bant is omdat wíj het doen…”
Er moet in ieder geval íets gebeuren, zegt Collier: “We kunnen ons geen langdurige voedselcrisis veroorloven.”
woensdag 2 februari 2011
'F*ck the freedom of speech'
IS Online
“F*ck the freedom of speech!” Chris schreeuwt het bijna door de lunchroom heen. Schaamtevol kijk ik naar de bezoekers om me heen. We zitten in een eetcafé niet zo ver van de plek waar Theo van Gogh is vermoord. Chris is een studiegenoot van me en komt uit Congo maar heeft het grootste deel van zijn leven in Rwanda gewoond. Ik heb hem net verteld over een artikel dat ik laatst schreef over de politiek gevangene Victoire Ingabire in Rwanda. Voor ik het goed en wel besef belanden we in een heftige discussie over de vrijheid van meningsuiting. “Niet iedereen kan zomaar zeggen wat ie vindt! Stel je voor…,” hoont Chris.
Victoire Ingabire woonde 16 jaar lang in Nederland en keerde ongeveer een jaar geleden terug naar Rwanda om mee te doen aan de presidentsverkiezingen. Maar ze kreeg geen toestemming om mee te doen en is in oktober vorig jaar bovendien opgepakt en zit nog steeds vast. Volgens de Rwandese autoriteiten wil ze een militaire tak van haar partij opzetten en geeft ze geld aan rebellen. Volgens haar advocaat is ze opgepakt om haar politieke ideeën. “Wat denkt ze wel niet? Ze kan niet zomaar na 16 jaar terugkomen en haar Westerse idee van vrijheid van meningsuiting projecteren op Rwanda!”, zegt Chris boos.
“Nou Chris, kom op”,zeg ik terwijl ik probeer de discussie wat te kalmeren, “ze zegt toch alleen maar dat Hutu’s ook slachtoffer zijn geweest tijdens de genocide en niet alleen maar daders? Ze ontkent niet dat er een genocide was. Dat is verboden in Rwanda. Ze nuanceert het beeld alleen.” Chris lacht me een beetje uit. “Maar op dat verhaal zit niemand te wachten. Rwanda moet opgebouwd worden en het is goed dat dit soort discussies niet toegestaan worden!”
Ik sta even met m’n mond vol tanden. “Maar…”, stamel ik. Ik kan m’n zin niet afmaken want Chris gaat door. “President Kagame heeft gelijk. Hier, in het Westen werkt het allemaal anders en hou ik van democratie. Maar in Rwanda heb je gewoon een strakke hand nodig.” Ik wil in de tegenaanval gaan, maar bedenk me. Ergens snap ik Chris wel. Rwanda heeft natuurlijk een bloedige geschiedenis en Westerse opvattingen, zoals vrijheid van meningsuiting en democratie, zijn dan misschien niet zo geschikt als ze in eerste instantie lijken. Het laatste wat Rwanda kan gebruiken is dat de vlam opnieuw in de pan slaat. Stabiliteit staat voorop.
Geen vrijheid van meningsuiting is de prijs die betaald wordt voor die stabiliteit. Een erg hoge prijs, maar wat is de prijs die betaald wordt als Rwanda zonder strakke hand geleid wordt? Dáár wil Chris liever niet over nadenken…
“F*ck the freedom of speech!” Chris schreeuwt het bijna door de lunchroom heen. Schaamtevol kijk ik naar de bezoekers om me heen. We zitten in een eetcafé niet zo ver van de plek waar Theo van Gogh is vermoord. Chris is een studiegenoot van me en komt uit Congo maar heeft het grootste deel van zijn leven in Rwanda gewoond. Ik heb hem net verteld over een artikel dat ik laatst schreef over de politiek gevangene Victoire Ingabire in Rwanda. Voor ik het goed en wel besef belanden we in een heftige discussie over de vrijheid van meningsuiting. “Niet iedereen kan zomaar zeggen wat ie vindt! Stel je voor…,” hoont Chris.
Victoire Ingabire woonde 16 jaar lang in Nederland en keerde ongeveer een jaar geleden terug naar Rwanda om mee te doen aan de presidentsverkiezingen. Maar ze kreeg geen toestemming om mee te doen en is in oktober vorig jaar bovendien opgepakt en zit nog steeds vast. Volgens de Rwandese autoriteiten wil ze een militaire tak van haar partij opzetten en geeft ze geld aan rebellen. Volgens haar advocaat is ze opgepakt om haar politieke ideeën. “Wat denkt ze wel niet? Ze kan niet zomaar na 16 jaar terugkomen en haar Westerse idee van vrijheid van meningsuiting projecteren op Rwanda!”, zegt Chris boos.
“Nou Chris, kom op”,zeg ik terwijl ik probeer de discussie wat te kalmeren, “ze zegt toch alleen maar dat Hutu’s ook slachtoffer zijn geweest tijdens de genocide en niet alleen maar daders? Ze ontkent niet dat er een genocide was. Dat is verboden in Rwanda. Ze nuanceert het beeld alleen.” Chris lacht me een beetje uit. “Maar op dat verhaal zit niemand te wachten. Rwanda moet opgebouwd worden en het is goed dat dit soort discussies niet toegestaan worden!”
Ik sta even met m’n mond vol tanden. “Maar…”, stamel ik. Ik kan m’n zin niet afmaken want Chris gaat door. “President Kagame heeft gelijk. Hier, in het Westen werkt het allemaal anders en hou ik van democratie. Maar in Rwanda heb je gewoon een strakke hand nodig.” Ik wil in de tegenaanval gaan, maar bedenk me. Ergens snap ik Chris wel. Rwanda heeft natuurlijk een bloedige geschiedenis en Westerse opvattingen, zoals vrijheid van meningsuiting en democratie, zijn dan misschien niet zo geschikt als ze in eerste instantie lijken. Het laatste wat Rwanda kan gebruiken is dat de vlam opnieuw in de pan slaat. Stabiliteit staat voorop.
Geen vrijheid van meningsuiting is de prijs die betaald wordt voor die stabiliteit. Een erg hoge prijs, maar wat is de prijs die betaald wordt als Rwanda zonder strakke hand geleid wordt? Dáár wil Chris liever niet over nadenken…
vrijdag 21 januari 2011
Martelingen, ontvoeringen en voetbal
IS Online
Ruud Gullit wordt trainer van Terek Grozny. Een onbekende voetbalclub uit Tsjetsjenië. De eigenaar van die club is helaas wat minder onbekend. Ramzan Kadyrov is een voormalig rebellenleider, president van Tsjetsjenië en één van de meest controversieelste mensenrechtenschenders van Europa.
“M'n verzekeringsagent belde me als eerste met de mededeling dat hij mijn
levensverzekeringspremie ging verdubbelen", grapt Gullit op de website Goal.com. Misschien is dat niet eens heel gek. "Er is […] geen twijfel in onze hoofden dat Kadyrov persoonlijk heeft deelgenomen in het slaan en martelen van mensen. Wat zij doen, is pure wetteloosheid. Om het nog erger te maken zitten ze ook achter mensen aan die onschuldig zijn, wiens namen werden gegeven door iemand die werd doodgemarteld, " zegt een onderzoeker van de NGO Memorial over Kadyrovs militie op Wikipedia.
De Duitse mensenrechtenorganisatie Gesellschaft für bedrohte Völker (GfbV) zegt in 2006 dat ongeveer 75% van alle ernstige mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië gepleegd zijn door de ongeveer 10.000 man tellende Kadyrovtsy. Deze paramilitaire groep onderleiding van Kadyrov bestaat inmiddels niet meer maar wordt vaak beschuldigd van het werken als een doodseskader en van ontvoeringen. In een rapport verklaarde de organisatie: "He and his henchmen spread fear and terror in Chechnya. They travel by night as death squads, kidnapping civilians, who are then locked in a torture chamber, raped and murdered." Het GfbV noemt Kadyrov een 'oorlogsmisdadiger’.
Fijne baas, die Kadyrov! Ik vraag me af of Gullit dit weet. Hoe is er op hem ingepraat dat dit recht te praten valt? Dat dit er niet toe doet als trainer? Met een flinke zak geld?
Maar iemand als Gullit hoeft het toch niet meer om het geld te doen lijkt me. “Ja, een beetje avontuur in het leven past bij me,” zegt de voormalig wereldvoetballer van het jaar ’87 en ’89 in de Telegraaf. Een beetje avontuur dus… Ik vind een avontuur bij een voetbalclub van een oorlogsmisdadiger op z’n zachts gezegd nogal een bizarre keus…
In de voetbalwereld kan dit allemaal. Maar als Gullit een ook maar een greintje moreel besef had gehad, dan was ie gewoon lekker met Estelle aan het zwembad gaan liggen!
Ruud Gullit wordt trainer van Terek Grozny. Een onbekende voetbalclub uit Tsjetsjenië. De eigenaar van die club is helaas wat minder onbekend. Ramzan Kadyrov is een voormalig rebellenleider, president van Tsjetsjenië en één van de meest controversieelste mensenrechtenschenders van Europa.
“M'n verzekeringsagent belde me als eerste met de mededeling dat hij mijn
levensverzekeringspremie ging verdubbelen", grapt Gullit op de website Goal.com. Misschien is dat niet eens heel gek. "Er is […] geen twijfel in onze hoofden dat Kadyrov persoonlijk heeft deelgenomen in het slaan en martelen van mensen. Wat zij doen, is pure wetteloosheid. Om het nog erger te maken zitten ze ook achter mensen aan die onschuldig zijn, wiens namen werden gegeven door iemand die werd doodgemarteld, " zegt een onderzoeker van de NGO Memorial over Kadyrovs militie op Wikipedia.
De Duitse mensenrechtenorganisatie Gesellschaft für bedrohte Völker (GfbV) zegt in 2006 dat ongeveer 75% van alle ernstige mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië gepleegd zijn door de ongeveer 10.000 man tellende Kadyrovtsy. Deze paramilitaire groep onderleiding van Kadyrov bestaat inmiddels niet meer maar wordt vaak beschuldigd van het werken als een doodseskader en van ontvoeringen. In een rapport verklaarde de organisatie: "He and his henchmen spread fear and terror in Chechnya. They travel by night as death squads, kidnapping civilians, who are then locked in a torture chamber, raped and murdered." Het GfbV noemt Kadyrov een 'oorlogsmisdadiger’.
Fijne baas, die Kadyrov! Ik vraag me af of Gullit dit weet. Hoe is er op hem ingepraat dat dit recht te praten valt? Dat dit er niet toe doet als trainer? Met een flinke zak geld?
Maar iemand als Gullit hoeft het toch niet meer om het geld te doen lijkt me. “Ja, een beetje avontuur in het leven past bij me,” zegt de voormalig wereldvoetballer van het jaar ’87 en ’89 in de Telegraaf. Een beetje avontuur dus… Ik vind een avontuur bij een voetbalclub van een oorlogsmisdadiger op z’n zachts gezegd nogal een bizarre keus…
In de voetbalwereld kan dit allemaal. Maar als Gullit een ook maar een greintje moreel besef had gehad, dan was ie gewoon lekker met Estelle aan het zwembad gaan liggen!
maandag 3 januari 2011
Een nieuwe oorlog?
IS Online
Zuid-Sudan wordt binnenkort waarschijnlijk onafhankelijk. Op 9 januari is er een referendum waar een grote meerderheid naar verwachting voor afscheiding stemt. Het Noorden, met hoofdstad Khartoem, is hier absoluut niet blij mee. Het grootste land van Afrika valt dan in tweeën. Hoe komt dit, wat zijn de gevolgen en komt er een nieuwe oorlog tussen Noord- en Zuid-Sudan?
In 2005 werd er na een decennialange burgeroorlog tussen het Noorden en het Zuiden van Sudan een vredesakkoord getekend. Dit akkoord houdt onder meer in dat er een referendum komt waar de Zuid-Soedanezen bepalen of zij zich afscheiden. Nu het referendum steeds dichterbij komt, lopen de spanningen op…
Olie, water, en trots
Zuid-Sudan heeft enorm veel olie. Op radio 1 zei Afrika-correspondent Koert Lindijer: “De olievelden liggen goeddeels in Zuid-Sudan en met een onafhankelijk Zuid-Sudan raakt het Noorden dus miljarden aan inkomsten kwijt.”
Ook controle over Nijl-water dat door Zuid-Sudan loopt speelt mee. Egypte moet dan ook met Zuid-Sudan onderhandelen over de verdeling van het water. Daar heeft het geen zin. Via wiki-leaks bleek dat Egypte geprobeerd heeft om deze reden het referendum zes jaar uit te stellen.
Volgens Nico Plooijer van IKV Pax Christi is er ook nog een andere reden waarom het Noorden absoluut niet wil dat het Zuiden onafhankelijk wordt. En dat is trots. “De regering wil niet te boek staan als de verantwoordelijke voor het uiteenvallen van het grootste land van Afrika. Dat betekent voor sommigen dat ze een deel van het land weggeven.”
Beïnvloeding
De regering beïnvloedt daarom op alle mogelijke manieren het referendum. Deze week nog zei president Al-Bashir dat hij de Islamitische wetgeving sharia invoert als Zuid-Sudan zich afscheidt. “De sharia is er eigenlijk nu al. Maar beperkt,”zegt Nico Plooijer. De islamitische wetten die er nu zijn gelden niet voor niet-moslims. Bij een onafhankelijk Zuid-Sudan zal de Sharia voor heel Noord-Sudan gelden. Ook voor de zuiderlingen die daar wonen. “Het is dus een push voor hen om niet voor onafhankelijkheid te tekenen. Zo krijgen zij een identiteit opgedrongen.”
Veel mensen gaan uit van fraude tijdens het referendum. Mensenrechtenactivist Elgak uit Zuid-Sudan zegt in oktober in de Volkskrant dat de regering in oktober 2 miljoen zuiderlingen telde die in het Noorden wonen, en er mogen stemmen. Maar in april sprak de regering nog van 500 duizend zuiderlingen in het Noorden. “Ze hebben dus mensen paraat die voor eenheid gaan stemmen”.
Oorlog?
De regering in Khartoem gaat verder dan alleen fraude en druk op de bevolking. In augustus onderschepte het Zuid-Sudanese leger een helikopter met wapens afkomstig uit het Noorden. Ze waren bestemd voor rebellen die tegen de huidige regering in Zuid-Sudan vechten. Ook zijn er af en toe kleine aanvallen van het Noord-Soedanese leger in Zuid-Sudan en beschuldigt het Zuiden het Noorden van bombardementen afgelopen november in twee Zuidelijke provincies. Een Zuid-Sudanese politicus zei toen: “Het is duidelijk dat de regeringspartij in het Noorden naar oorlog streeft en het referendum wil saboteren.”
Komt die oorlog er ook? Velen vrezen van wel. Het is afwachten maar Nico Plooijer denkt dat het wel meevalt. “Het Noorden heeft de afgelopen jaren twintig jaar namelijk ook niet kunnen winnen…”
Zuid-Sudan wordt binnenkort waarschijnlijk onafhankelijk. Op 9 januari is er een referendum waar een grote meerderheid naar verwachting voor afscheiding stemt. Het Noorden, met hoofdstad Khartoem, is hier absoluut niet blij mee. Het grootste land van Afrika valt dan in tweeën. Hoe komt dit, wat zijn de gevolgen en komt er een nieuwe oorlog tussen Noord- en Zuid-Sudan?
In 2005 werd er na een decennialange burgeroorlog tussen het Noorden en het Zuiden van Sudan een vredesakkoord getekend. Dit akkoord houdt onder meer in dat er een referendum komt waar de Zuid-Soedanezen bepalen of zij zich afscheiden. Nu het referendum steeds dichterbij komt, lopen de spanningen op…
Olie, water, en trots
Zuid-Sudan heeft enorm veel olie. Op radio 1 zei Afrika-correspondent Koert Lindijer: “De olievelden liggen goeddeels in Zuid-Sudan en met een onafhankelijk Zuid-Sudan raakt het Noorden dus miljarden aan inkomsten kwijt.”
Ook controle over Nijl-water dat door Zuid-Sudan loopt speelt mee. Egypte moet dan ook met Zuid-Sudan onderhandelen over de verdeling van het water. Daar heeft het geen zin. Via wiki-leaks bleek dat Egypte geprobeerd heeft om deze reden het referendum zes jaar uit te stellen.
Volgens Nico Plooijer van IKV Pax Christi is er ook nog een andere reden waarom het Noorden absoluut niet wil dat het Zuiden onafhankelijk wordt. En dat is trots. “De regering wil niet te boek staan als de verantwoordelijke voor het uiteenvallen van het grootste land van Afrika. Dat betekent voor sommigen dat ze een deel van het land weggeven.”
Beïnvloeding
De regering beïnvloedt daarom op alle mogelijke manieren het referendum. Deze week nog zei president Al-Bashir dat hij de Islamitische wetgeving sharia invoert als Zuid-Sudan zich afscheidt. “De sharia is er eigenlijk nu al. Maar beperkt,”zegt Nico Plooijer. De islamitische wetten die er nu zijn gelden niet voor niet-moslims. Bij een onafhankelijk Zuid-Sudan zal de Sharia voor heel Noord-Sudan gelden. Ook voor de zuiderlingen die daar wonen. “Het is dus een push voor hen om niet voor onafhankelijkheid te tekenen. Zo krijgen zij een identiteit opgedrongen.”
Veel mensen gaan uit van fraude tijdens het referendum. Mensenrechtenactivist Elgak uit Zuid-Sudan zegt in oktober in de Volkskrant dat de regering in oktober 2 miljoen zuiderlingen telde die in het Noorden wonen, en er mogen stemmen. Maar in april sprak de regering nog van 500 duizend zuiderlingen in het Noorden. “Ze hebben dus mensen paraat die voor eenheid gaan stemmen”.
Oorlog?
De regering in Khartoem gaat verder dan alleen fraude en druk op de bevolking. In augustus onderschepte het Zuid-Sudanese leger een helikopter met wapens afkomstig uit het Noorden. Ze waren bestemd voor rebellen die tegen de huidige regering in Zuid-Sudan vechten. Ook zijn er af en toe kleine aanvallen van het Noord-Soedanese leger in Zuid-Sudan en beschuldigt het Zuiden het Noorden van bombardementen afgelopen november in twee Zuidelijke provincies. Een Zuid-Sudanese politicus zei toen: “Het is duidelijk dat de regeringspartij in het Noorden naar oorlog streeft en het referendum wil saboteren.”
Komt die oorlog er ook? Velen vrezen van wel. Het is afwachten maar Nico Plooijer denkt dat het wel meevalt. “Het Noorden heeft de afgelopen jaren twintig jaar namelijk ook niet kunnen winnen…”
Abonneren op:
Posts (Atom)
